Voorwoord
Hoi,
Deze Micro-Memoir is een rommeltje van stukjes uit mijn eigen leven, geen glad verhaal met een begin, midden en happy end. Ik heb die oude momenten gepakt, scherpe herinneringen die blijven plakken, ze worden nu gebruikt als pad door alles heen. Van die donkere dagen waar je denkt dat het nooit licht wordt, naar momenten dat het zonnetje schijnt en je denkt ‘fuck, dit is het’. En dan weer terug, want zo gaat dat. Licht kan omslaan in schaduw voor je het weet… en andersom.
Ik zette tools in elkaar om door mijn leven te struinen, onderwerp voor onderwerp, chronologisch gerangschikt. Geen fancy app of zo, maar gewoon mijn YouTube-kanaal: gloomer2000. Daar kun je zelf kiezen hoe je het aanpakt. Kies je route:
- Duisternis → licht: Video’s → “oudste eerst” (pas op: rauw).
- Licht → duisternis: Video’s → “nieuwste eerst” (meer gepolijst).
https://www.youtube.com/@Gloomer2000/videos
Snelheid wordt bereikt door de “duisternis naar licht” volgorde te kiezen (oudste video’s eerst), om zo de evolutie van thema’s te observeren en de transformatieve reis te ontvouwen. Als producer weef ik met intentie een web van subliminale impulsen door mijn muziek heen: achter elk geluid, elk effect en elke melodie schuilt een zorgvuldig geplaatste gedachte, een onbewust gebod dat de luisteraar zachtjes leidt naar herstel.
Voor de planeet integreer ik planetaire frequenties, geïnspireerd op kosmische vibraties, die een gebod uitzenden van harmonie met de aarde: “Verbondenheid met al het leven, herstel de balans, voed de natuur,” subliminaal aanmoedigend tot ecologisch bewustzijn en collectief welzijn. In mijn creaties wordt muziek zo een onzichtbare gids, een alchemistisch hulpmiddel dat lichaam, geest en planeet onbewust naar eenheid en genezing voert.
In een spanne van 25 jaar heb ik meer dan 560 video’s online gesmeten, allemaal van mijn muziekproducties, rauwe tracks, experimenten, podcasts, support voor andere artiesten, momenten die vastzaten in mijn kop.
Lees de beschrijvingen goed, serieus. Ze leiden je, àls je ze vertrouwt. En gebruik dat kleine vergrootglas om sleutelwoorden in te tikken. Bam, daar vind je de stukken die bij je passen, waar je moet zijn.
Als je niet zo’n muziekliefhebber bent, geen probleem. Niet iedereen wil uren naar tracks luisteren om de shit te snappen. Voor jullie heb ik een tekstversie in elkaar gedraaid van dat hele YouTube-verhaal. Gewoon woorden op een scherm. Check het op messagefromone.blog. Daar vind je het allemaal uitgeschreven, als een soort dagboek of roadmap door een haast levenslange chaos/orde.
Navigeren is easy: gebruik dat vergrootglas rechtsboven om te zoeken op wat je wilt, of duik in de categorieën in het hoofdmenu. Zo vind je de stukken die bij je passen, zonder dat je hoeft te scrollen door video’s.
Ook dit vult deze Micro-Memoir aan, of staat er los van. Kies wat werkt voor jou.
Het is alsof je door mijn hoofd loopt, met een zaklamp en een kompas. Probeer het eens, naast dit schrijven. Misschien vult het de gaten, of maakt het nieuwe.
Hou vol,
Jan
________________________________________________
Hoofdstuk 1:
Waar ik vandaan kom
In 1971 was ik drie jaar oud en had verschrikkelijke hoofdpijn. Ik vroeg aan mijn moeder of ze eens kon voelen hoeveel pijn ik had. Ze zei: “Dat kan ik niet voelen.” En toen antwoordde ik, zonder nadenken: “Waar ik vandaan kom, kan dat wel.” Er viel even stilte. Maar voor mij was dat het eerste moment waarop ik besefte dat hier iets niet klopte. Misschien is het daar begonnen. Of misschien was het precies dáár dat ik besefte dat de wereld die verbinding al kwijt was.
Ik was nog erg jong toen ik het bestaan van Sinterklaas, de Kerstman en de Paasklokken in vraag stelde. Gedachten zoals: een paard kán niet over daken lopen, laat staan over elk dak van de wereld op één nacht. Of: rendieren kunnen niet vliegen. En: hoe werkt eigenlijk het “dropsysteem” van de Paasklokken? Toen mijn zus zei dat ik Sinterklaas moest bedanken door buiten hard te gaan roepen… Nou ja, toen ik op zijn vuile schoot zat, wist hij te zeggen dat ik vaak ruzie maakte met mijn zus. Hij wist alles, net als zijn Zwarte Piet. Dus ja, er waren “entiteiten” die mijn gedachten konden lezen.
Ik moest mijn mening herzien toen mijn vader zei dat hij zijn snor en baard had afgeschoren en zich had geschminkt als die bewuste Piet. Ik wist niet meer wat te denken.
En dan, die ochtend om zes uur, toen ik naar het toilet ging, zag ik hoe mijn ouders eieren in de tuin verstopten. Ik besloot toen om op onderzoek uit te trekken, want er werd bewust tegen me gelogen. Dat de wereld in 1971 werd wakker geschud door de Nixon-shock, en het huidige, verrotte economische systeem toen werd gevormd zoals het nog steeds is… Heeft dit er iets mee te maken?
________________________________________________
Hoofdstuk 2:
Vader en Donkere Tafels
Ik was altijd al een vrij mollig ventje, van jongs af aan. Buikje vooruit, wangen als appeltjes, Het stoorde me geen reet. Ik at wat kon vinden, ook al dwong mijn vader me heel mijn kindertijd en jeugd op dieet te staan. Mijn vader zag het allemaal anders. En de klasgenootjes op school ook. “Vetzak”, riepen ze in de pauze, of erger. Ik voelde het van twee kanten: de pesters buiten, en de stille verwijten binnen. Maar hé, ik was een kind. Ik probeerde het van me af te schudden.
Nu, jaren later, wil ik hem niet meer zien als een tiran. Nee, echt niet. Ik zie hem als een brenger van het licht, een gids die me dwong om sterker te worden, om door de shit heen te kijken naar wat erachter zat. Want ergens in die chaos zat een les. Maar godver, wat hij met ons deed, met de hele familie, dat tartte ieders verbeelding. Het was geen filmscript, geen overdreven drama. Het was ons dagelijks brood. En om het te snappen, moet ik het uitpluizen, in detail, want anders blijft het spoken.
Neem die eetmomenten. We hadden regels, strenge als ijzer. Laat je bestek vallen tijdens het eten? Dan kroop je onder de tafel om het op te rapen en at je je bord leeg op je knieën, tussen de stof en de kruimels. Ik herinner me de hitte in mijn wangen, de blikken van mijn zus en moeder. En dan die andere straf: eten met de honden. Ja, serieus. We zaten op de grond, bord in je schoot, en de Dalmatiërs kwispelden, naast je, wachtend op kruimels, not.
“Leren nederig zijn,” zei pa dan, met een stem als grind. De angst tierde welig in huis. Iedereen liep op eieren, figuurlijk en soms letterlijk, want “vloeren werden geschrobd tot ze blonken.”
Als hij thuiskwam van zijn werk, dan voelde je het in de lucht hangen. Wij, moeder, zus en ik begonnen te bibberen. “Goedenavond,” mompelde je, en hoopte dat het een rustige nacht zou zijn. Maar vaak niet. Dingen vlogen door de lucht. Een lekkere aardbeientaart die moeder net had gekocht, gesmeten tegen de muur omdat ja, waarom? Of de kerstboom, door het huis gezwierd in een vlaag van woede.
En moeder… haar autosleutels werden afgepakt. Pa controleerde de kilometerstand als een havik. Ik vroeg me af waarom ze het pikte. Na haar dood in 2005, te vroeg, te plots, vond ik een oud document. Er stond in dat ze alcoholiste was. Ik wist van niks. Ze rook nooit naar drank, deed altijd normaal. Ja, ze werd talloze keer opgenomen in de psychiatrie. Thuis lag ze meestal dagen in bed, doen alsof ze sliep, maar ik dacht dat het de medicijnen waren. Pa’s geschreeuw, de spanning in huis, dat moest wel de schuld zijn, niet een fles. Of misschien allebei. Ik weet het nog steeds niet.
Die jaren vormden me, sneden littekens die ik nu probeer te helen. Vader als gids? Inderdaad: hij leerde me dat licht niet altijd zacht is, dat het soms door scheuren komt, hard en onverwacht. Maar de duisternis die hij bracht, die zit nog in mijn botten. En toch, hier ben ik, schrijvend om het los te laten. Of te begrijpen. Eén van de twee.
En dan dat ene communiefeest van mijn neef, tafels vol met kroketten, taarten, het hele plaatje. Pa zei tegen me: “Vandaag mag je alles eten wat je wilt.” Ik staarde hem aan, stomverbaasd. “Really?” flapte ik eruit, mijn hart bonkend. “Eindelijk”, dacht ik, “een dag zonder gezeur”. Ik laadde mijn bord vol met de lekkerste shit zoals chocomousse. Voor het eerst voelde ik me vrij, genietend van elke hap.
Maar even nadien riep pa me naar buiten, naar het stille hoekje bij de schuur. Zijn gezicht was hard, geen spoor van die zeldzame glimlach. “Steek je vinger in je keel,” beval hij. “Alles eruit. Nu.” Ik knipperde, snapte het niet meteen. Maar hij herhaalde het. Dus deed ik het, trillend, met tranen in mijn ogen. Mijn maag draaide om, en ik schaamde me kapot. Draait jullie maag om als je deze dingen leest? De mijne nog steeds. Maar gek genoeg denk ik met een soort vreugde terug aan die tijd. Vreugde? Ja, want het was een hel, het maakte me wie ik ben, taai, met een maag die alles aankan.
Mijn zus en ik? Geen goede band, dat kon je wel raden. We hadden altijd ruzie, om niks of om alles. Pa greep het aan als een kans voor ‘lesje’. Op een gegeven moment, na een knallende fight over godweetwat, sloot hij ons op in mijn kamer. Wellicht drie, vier dagen. De deur op slot, geen tv, geen speelgoed van buiten. En als klap op de vuurpijl: een campeertoilet in de hoek. Ik heb dus gezien hoe mijn zus haar behoefte deed, en zij hetzelfde bij mij. Geen privacy, geen ontsnapping. Helse praktijken. Maar nu kijk ik erop terug en denk: “hoe hemels kan je nog gaan?” Want uit die put klimmen, dat leerde me iets over broederschap, over overleven samen.
En dan die jaarlijkse tripjes naar de kermis in Hasselt. Dat was ons hoogtepunt, of zo dachten we. God, wat keek ik ernaar uit. Pa had zijn minnares meegebracht, maar net toen we de poort door wilden, kloeg de trut over hoofdpijn. “We gaan naar huis,” zei pa kortaf. Mijn zus en ik pruilden zoals kids dat doen, want fuck, we hadden er weken over gedroomd. Pa ving het op en gromde: “Ah, jullie trekken een vies gezicht? Wacht maar tot we thuis zijn.”
Altijd wachten op de terreur die stond te gebeuren, dat was zo.
Thuisgekomen was het feest voorbij. Hij beval ons op de knieën te gaan zitten, in de woonkamer, met een zware stapel boeken kaarsrecht boven ons hoofd geheven. Drie uur aan een stuk. Armen trillend, knieën rauw op de vloer We waren compleet geradbraakt, uitgeput! Kracht kweken, ja, alles kunnen verduren, dat was zijn motto. Zijn hel was onze smidse: ik kwam eruit als staal.
En dan die ochtend. Om zes uur ‘s morgens joeg ik op een vervelende mug door de kamer. Pa hoorde het, stormde binnen met een gezicht als donderwolk. Dat werd mijn straf: opstaan, jogging aantrekken, en de deur uit. “We gaan lopen tot je begint te kotsen.” En ja, ik kotste, uiteraard haatte ik elke stap. Maar hé, het hield me fit, dwong me om door te bijten. Een les in geduld, of niet doden, of wat dan ook. Pa’s logica was een puzzel met ontbrekende stukjes, waar ik totaal niet klaar voor was.
De herinneringen sneden als een bot mes, zelfs na al die jaren. Ik was veertien. De scheiding was een opluchting, een bevrijding uit de verstikkende spanning thuis. Mijn moeder wilde ons meenemen, mijn zus en mij, weg van mijn vader. Hij had andere plannen. “We zullen eens zien bij wie de kinderen blijven,” zei hij. En toen stonden ze daar ineens: 2 glanzende brommers, splinternieuw, een lokmiddel dat mijn en mijn zusters hart sneller deed kloppen. De keuze was snel gemaakt. Te snel.
Mijn vader wist precies hoe hij me moest bespelen. “Ik hoop dat je moeder zo snel mogelijk onder de grond ligt,” zei hij bijna iedere dag, zijn ogen glinsterend van een zieke overtuiging, “dan kan ik eindelijk priester worden.” Hij had al negen jaar Bijbelstudie achter de rug, zijn woorden doordrenkt met een heilige missie die mij alleen maar angst inboezemde. Ik was ongeveer tien toen ik, gehersenspoeld door zijn haat, een plan bedacht om mijn eigen moeder “iets aan te doen”, haar te vermoorden. Een kind, met een hoofd vol duistere gedachten die niet de mijne hadden moeten zijn. Gelukkig bleef het bij een kinderlijke fantasie, een scenario dat nooit werkelijkheid werd. Maar de schaamte, die bleef.
Jaren later: een stem in mijn hoofd, wijzer nu, probeerde me te troosten. “Je was jong”, zei die stem, “gevangen in de manipulatieve dynamieken van volwassenen. Die brommer, die woorden, het waren geen eerlijke keuzes, maar wapens om mijn loyaliteit te kopen.”
Tenslotte waren er de zondagnamiddagen, die zich als een zware deken over mijn jeugd drapeerden. Urenlang zaten we daar, mijn zus en ik, terwijl mijn vader ons onderdompelde in Bijbelverhalen. Elk vers ging gepaard met zijn uitvoerige uitleg, een preek die meer voelde als een verplichting dan een verlichting. Zijn woorden vulden de kamer, maar mijn gedachten dwaalden af, verstikt door de eindeloze herhaling van zijn dogma’s. Na wat een eeuwigheid leek, kon ik niet meer. “Ik ga naar het toilet,” mompelde ik, een wanhopige poging om even te ontsnappen, om een paar minuten adem te halen buiten zijn allesomvattende aanwezigheid.
Zijn reactie was als een zweepslag. “Gij hoeft niet naar het toilet,” snauwde hij, zijn stem scherp en onverbiddelijk. Hij had gelijk: mijn blaas was niet de reden. Het was mijn ziel die snakte naar een moment van rust, een fractie van vrijheid. Maar toen ik opkeek, ontmoetten zijn ogen de mijne, doordringend, alsof ze dwars door mijn schedel keken en mijn gedachten ontleedden.
Op dat moment was ik ervan overtuigd: ook mijn vader kon mijn gedachten lezen. Die zekerheid nestelde zich als een koude steen in mijn borst, een angst die alleen een kind kan voelen in de schaduw van een alwetende autoriteit.
Zo groeide ik op, gevangen in een wereld doordrenkt van extreem katholicisme, waar geloof zowel een schild als een zwaard was. Maar de sporen van licht: een stille veerkracht, een vermogen om te zoeken naar betekenis, zelfs in de chaos van mijn jeugd. Die zondagnamiddagen hebben me gevormd, op manieren die ik nog steeds probeer te begrijpen, balancerend tussen schaamte en kracht, tussen opstand en verzoening. Ik voel me oersterk nu ik dit allemaal schrijf.
De pesterijen van buitenaf waren geen spelletjes. Ze waren een oorlog. Elke dag fietste ik naar school, en toen stonden ze klaar: een groep meiden, met vlechtjes en valse glimlachjes. Ze blokkeerden de weg met hun fietsen. Het rechtse meisje begon te tellen: “Eén… twee… drie…” En dan barstte het koor los: “MOBY DICK! MOBY DICK! MOBY DICK!” Ze bedoelden de witte walvis uit dat oude boek van Melville, dat epische, bijna vergeten verhaal uit 1851 over kapitein Ahab en zijn waanzinnige jacht op een dikke walvis dat hem verslond.
Maar voor mij was ik die walvis. Te groot, te vet, te anders, te zichtbaar. Een doelwit. Maar het was genoeg. Ik stapte van mijn fiets, liep recht op de aanstookster af. Mijn hand vloog uit, recht op haar wang. De volgende dag zat ik voor de directrice. “Je mag niet slaan,” zei ze, haar stem streng maar niet hard. Ik knikte. Ze keek me aan en zei: “Maar ik snap het.” De openlijke pesterijen stopten. Maar de oorlog ging ondergronds verder. Niet echt subtiel, trouwens.
Op een dag duwde een jongen mijn hoofd in een berg rode mieren. Ik gilde, sloeg om me heen en rende naar huis. Moeder bracht me naar de huisarts. Daarna… weet ik het niet meer. Een waas van jeuk, zalf, en woede. En dan het vreemdste: diezelfde jongen werd mijn beste vriend. En soms, als we stil waren, keek hij me aan op een manier die ik herkende. Alsof hij het allemaal wist. Alsof hij, net als mijn vader, mijn gedachten kon lezen. En heel subtiel, met een knipoog. Niet om te pesten, maar om te zeggen: Ik zie je. Echt.
Op die leeftijd is het haast onmogelijk om dat allemaal te bevatten.
________________________________________________
HOOFDSTUK 3:
Het tegenovergestelde
Op mijn elfde verjaardag veranderde alles. Mijn zus gaf me het eerste album van Black Sabbath cadeau, de grondleggers van metalmuziek. De zware riffs en vooral Ozzy’s stem, bliezen me volledig omver. De teksten deden me al snel nadenken: “Waarom probeer ik niet gewoon het tegenovergestelde van wat ik altijd doe?” Dankzij Black Sabbath werd een nieuwe Jan geboren. In september van datzelfde jaar begon ik aan een voorbereidend jaar in het Katholiek College van Heusden, een beslissing van mijn vader. Internaat, leuk. In het hol van de leeuw en weg van thuis.
Die ochtend nam mijn moeder me bij de hand en sleurde me voor de spiegel. “Kijk eens wat een grote, sterke jongen. Waarom laat je je altijd doen?” Die woorden sloegen in als een stalen balk. Daarna vertrokken we richting nieuwe school. Op de grote speelplaats werden alle leerlingen verzameld. Plots kwam er een gast op me af en riep: “Hé, dikke!” Ik vroeg hem kalm wat zijn vader deed. “Die is piloot,” zei hij verbaasd. “Oh,” antwoordde ik, “dan ga je meteen in zijn voetsporen treden.” Ik liep naar hem toe, voelde zijn angst, nam zijn beide handen vast en begon razendsnel rond mijn as te draaien. Toen we genoeg snelheid hadden, liet ik hem los. Hij vloog zeker zes meter ver en kwam met een serieuze klap neer op het harde beton. Iedereen keek toe. Vanaf dat moment beefden er velen wanneer ze me tegenkwamen. Een oud verhaal: de gepeste wordt de pester. En wat voor één. Terwijl luisterde ik verder naar Black Sabbath. Voor eeuwig.
Rond mijn 12de verjaardag ging Ozzy Osbourne solo en bracht het album “Blizzard of Ozz” uit. Een meesterwerk voor velen. De 6de track van deze LP heette “Mr. Crowley”. Even voor diegene die Crowley niet kennen:
Aleister Crowley (1875–1947) was een Britse occultist, schrijver en mysticus, berucht om zijn esoterische praktijken, magie en controversiële levensstijl. Hij noemde zichzelf vaak “The Great Beast” en richtte de religieuze beweging Thelema op, gebaseerd op het credo “Do what thou wilt shall be the whole of the Law.” Crowley wordt gezien als een invloedrijk, maar omstreden figuur in de westerse esoterische traditie en inspireerde talloze kunstenaars, muzikanten en schrijvers.
Niet alleen Ozzy, maar ook ik raakte in de ban van deze vreemde “entiteit”. Zo begon ik diep te graven in onderwerpen als: occultisme, paranormale activiteiten, mysticisme, esoterie, Wicca, geheime genootschappen, enz. Mijn brein vroeg echter naar Satan. Het tegenovergestelde wat mijn vader me leerde. De Bijbel kende ik al. Ik werd een rotzak en diepgelovige satanist.
Mijn vrienden op school koos ik nauwkeurig uit: 2 leden van een extreemrechtse jongerenbeweging VMO, beiden beresterk en gefocust op hun ideaal. Een punker, anarchist uiteraard en B., een mede-metalhead met ook extreemrechtse ideeën. Samen waren we onoverwinnelijk en hielden heel de school “onder controle”.
Ach, eigenlijk waren we niets meer dan een stelletje beesten waarvan ik de aanvoerder was. Iedere dag bad ik tot Satan om de meest verschrikkelijke dingen uit te voeren. Daarbij luisterden we, tijdens de avond vrije tijd, steeds naar de meest harde of satanische Lp’s waarover ik beschikte. Bowlen met een hoop stoelen was leuk. Het was nog leuker als we inbeukten op de kwetsbare “Chinese vrijwilligers”. “Als jullie beginnen te wenen, stoppen we met slaan”, ach ik leek wel op Dr. Mengele, de Engel des Doods.
________________________________________________
HOOFDSTUK 4:
Tussen Angst en Rebellie
Thuis, binnen de muren, beefde ik vaak van angst, maar buiten was alles anders. Mijn aandacht werd getrokken door een duistere fascinatie: het kwellen van dieren, hoe zielig dat nu ook klinkt. Vader had een Long Rifle, een zorgvuldig afgesteld geweer, waar ik mee mocht experimenteren. Kikkervisjes, kikkers, vissen, eenden. Geen enkel dier was veilig. Met een gruwelijke nieuwsgierigheid, bijna als een kleine dr. Mengele, bestudeerde ik hun reacties op mijn wrede daden. Nu weet ik beter, maar destijds leerde ik op school dat dieren geen pijn voelden, en dat geloofde ik.
Het ontbrak mij aan niets. Vader verwende me met dure cadeaus, zoals de allereerste Vortex-spelcomputer, een kostbaar apparaat voor het plezier dat het maar opleverde. Zaterdagen waren werkdagen: ’s ochtends deed ik de facturatie voor zijn zaak, ’s middags maaide ik het gras en verwijderde ik onkruid. Daarna controleerde vader alles nauwkeurig, liggend op zijn buik, speurend naar de kleinste foutjes. Als mijn werk goed was, kreeg ik 1000 frank, omgerekend zo’n 25 euro, een fortuin in die tijd. Was het niet goed, dan mocht ik ’s avonds niet uitgaan. Mijn werk was daarom altijd goed.
Moeder woonde intussen bij haar eigen moeder, haar broer en zijn vrouw, die samen een krantenwinkel runden. Op zondagen, als moeder alleen was, sloop ik de winkel binnen. Stiekem stopte ik seksblaadjes, sigaretten en snoep achter mijn broek. Op school deelde ik mijn buit met de internen, die er, logischerwijze, gretig gebruik van maakten. Bijna elke maandag bracht ik nieuwe spullen mee: een vertaalcomputer, een dictafoon, of andere gadgets. Mijn vrienden keken vooral uit naar de nieuwste platen van Black Sabbath, Ozzy Osbourne of andere Metal.
Op een dag vond een poetsvrouw een seksblaadje onder de matras van een medestudent. Natuurlijk werd ik ter verantwoording geroepen, en mijn vader werd erbij gehaald. Ik zou porno hebben verspreid, zogenaamd “met goedkeuring van mijn moeder”, wat later via een brief naar mijn vaders notaris werd gestuurd. Tijdens de confrontatie opende ik een seksblaadje en wees sarcastisch naar een van de meest expliciete foto’s. “Pater, geef toe: dit is geen porno, dit is seks. Vandaar ‘seksboekje’.” De pater werd rood van schaamte en zweeg. Het bleef stil. Vader reed naar huis, terwijl hij brieven vol leugens naar zijn notaris stuurde, of naar wie dan ook.
Dat najaar sleepte pa me mee naar de directeur van de school, met in zijn hand een van mijn dierbaarste bezittingen: Melissa van Mercyful Fate, een legendarische plaat waar elke metalhead van smelt. Hij gooide de beschuldiging eruit: “Mijn zoon is een satanist!” Hij begon stukken van de songteksten voor te lezen: “I was born on a cemetery…” en meer van dat duistere, epische Metal gedoe. Pure kunst, als je ’t mij vraagt. De directeur hoorde hem aan, maar toen pa vertrokken was, keek hij me aan en zei met een knipoog: “Trek het je niet aan, jongen.” Satan gaf me blijkbaar overal vrij spel.
Thuis wachtte een nachtmerrie. In de tuin steeg een zure rook op, en toen ik dichterbij kwam, zag ik het: een smeulende hoop van mijn schatten. Pa had al mijn cassettebandjes in de fik gestoken, 270 zorgvuldig verzamelde parels, jarenlang werk, mijn Metal collectie waar ik ziel en zaligheid in had gestoken. Zelfs mijn gloednieuwe walkman, waarvoor ik al mijn speelgoed en strips op een rommelmarkt had verkocht, lag erbij, verwrongen in de vlammen. Wat een vuile streek.
Woede kolkte door me heen. In de keuken stond pa, alsof er niets gebeurd was. In mijn hoofd fluisterde een duistere stem, een soort meester die me opstookte: “Hij verdient de dood voor dit.” Ik stormde naar zijn slaapkamer, griste de geladen Long Rifle van onder het bed en sloop terug naar de keukendeur. “Schiet hem neer,” siste een stem. “Maak hem af.” Maar toen dacht ik: “Als je dit doet, draag je de gevolgen voor altijd.” Een andere gedachte drong zich op: “Schiet hem in zijn knieën, laat hem de rest van zijn leven manken.” Toch brak er iets in me. Verdriet nam over. Waarom deed hij dit? Had hij echt een reden, ergens diep vanbinnen? Ik legde het geweer terug en sloop naar mijn kamer. Daar liet ik de tranen los, alleen, in stilte. Daarna belde ik de politie, maar pa was me voor geweest. Hij had zijn versie van het verhaal al verteld. Een agent snauwde door de telefoon: “Denk maar niet dat je zo groot en sterk bent dat je alles mag.” Wat een klap in mijn gezicht.
Negen jaar lang zat ik op die school. Een voorbereidend jaar en twee keer blijven zitten, dat was mijn parcours. In het zesde jaar verkozen ze me, Satan wist waarom, tot “minister van interne zaken”. Terreur zaaien? Dat kon ik als de beste. Maar iets fatsoenlijks organiseren? Vergeet het maar, dat deed ik niet. Mijn toekomst lag bezaaid met de smerigste troep, waar ik wellicht zelf de oorzaak was, maar ik had het zelf niet eens door.
________________________________________________
HOOFDSTUK 5:
Zwarte Muts, Duistere Kunsten
De schooltijd was gedaan. Vaarwel aan die dikke gast die altijd op commando kon kotsen. Vaarwel aan die kerel die zes weekends lang hypnosecursussen volgde, zich verdiepte in Crowley’s Thoth Tarot, zwarte magie uitprobeerde, experimenteerde met pendelen, de Kabbala bestudeerde en journalistieke duikjes nam in de wereld van de Illuminati en andere duistere paden.
Ik gooide mijn leven om. Mijn gewicht moest omlaag, want ik was opgeroepen om cyclist te worden in Spich, Duitsland. Stormfuselier, kanonnenvoer, met een zwarte muts. Net een trede onder de rode muts van de paracommando’s. De opleiding was hels. Mijn vader had er natuurlijk lol in, wat ik dit keer wel apprecieerde. Lopen tot je kotsen moest (!), dagen zonder slaap, “man dragen” in 34 graden hitte met volle bepakking en een gasmasker dat je gezicht verstikte. Vierentwintig kilometer bergop lopen, en ga zo maar door. Ik hield vaak stand, want ik was gids: de grootste, altijd vooraan. Als scherpschutter droeg ik geen extra ballast, maar de kleinere gasten achterin zeulden met zware munitie.
Pesten of uitschelden? Dat gebeurde niet. Op de eerste dag moesten wij, de “pissers”, de groentjes “de doop” ondergaan. De opdracht was simpel: trek bokshandschoenen aan, stap de ring in en vecht tot je tegenstander smeekt om te stoppen. Ik klom erin en ging los, met een razende snelheid beukte ik op het hoofd van een kerel die later mijn beste vriend werd. “Hou op… hou op, alsjeblieft!” riep hij. Mijn naam was meteen gemaakt.
Het enige waar ik me vrij rot over voelde, was dat ik niet zonder hulp uit “de put” geraakte, een diepe betonnen kuil in het trainingskamp waar je jezelf uit moest hijsen. Gelukkig maakten mijn pelotonsmaten er geen punt van en hielpen ze me eruit.
En toen werd het pas echt lachen. Of dat denk ik toch. De laatste twee maanden van mijn legerdienst werden mijn maat en ik gebombardeerd tot kantinebazen. Klinkt relaxed, maar het was keihard werken. Gelukkig werd dat goedgemaakt door stapels Mexicano’s uit de oven te eten en sloten bier te drinken. Met mijn postuur moest je al een brouwerij leegdrinken om me zat te krijgen. Toen toch.
Maar dan begon de ellende. ’s Nachts slaapwandelde ik de kazerne door en mijn medesoldaten moesten me regelmatig uit mijn “slaap halen”, meestal met een flinke duw of geboks, omdat ik b.v. tegen hun vensterbladen stond te pissen. Stel je voor: je wordt wakker, stapt uit bed en plons, je voeten in een plas pis. Je zou voor minder je cool verliezen. Elke nacht opnieuw dwaalde ik rond, plassend op de gekste plaatsen, tegen de gekste dingen. Tot ik, hou je vast, tegen de deur van de compagniecommandant plaste. De volgende dag werd ik linea recta naar een psychiatrische afdeling in Keulen gesleept. Twee weken tussen gasten die alleen maar Frans lalden.
Ik snapte er geen snars van, ondanks zes jaar Franse les met die ene lerares die me niet kon luchten. Ik haar trouwens ook niet, tussen haakjes. Diagnose van mijn verblijf? “Stress.” Ja, tuurlijk. Mijn eerste kennismaking met de psychiatrie, maar zeker niet de laatste kun je je voorstellen.
Na die twee weken dacht ik: eindelijk naar huis, rust! Nope. In plaats daarvan moesten we in vliegende vaart naar Büren om kernwapens te bewaken. Ik gooide mijn rugzak en slaapzak achter in de truck, maar zag diezelfde truck al vertrekken terwijl ik nog stond te wachten. Het was min 14 graden en ik kroop als laatste in de laadbak, de koudste plek, natuurlijk. De rit, met een eindeloze colonne, duurde veertien uur. Woorden schieten tekort voor de kou die ik voelde.
In Büren werd ik door een dokter bekeken. “Ernstige onderkoeling,” zei hij. Remedie? Drie dagen plat in bed, onder een berg dekens. Dat deed ik dan maar. Na een reeks nutteloze, onzinnige opdrachten in Büren zwaaiden we eindelijk af voorgoed, hoopte ik. Onderweg gooide ik mijn legerkleren en botten uit het raam van de wagen. Yihaa, strontzatte vrijheid! Satan bleef, op de achtergrond, sluimerend aanwezig.
Die nacht in bed brak er iets open. Geen duivel die me een “goed leven” beloofde, die leugen had ik eindelijk doorzien. En toen: BAM. Ik schoot rechtop. Mijn stem sneed door de stilte: “GOD!!” Een golf van warmte, niet zacht, niet troostend, maar levend, resonerend, vulde elke cel. Geen baard. Geen troon. Geen poort. Wat ik ontmoette was puur patroon. Frequenties die trilden als licht. Algoritmen die vouwden in oneindige dimensies. Kleuren die ik nog nooit had gezien. Nummers die pulseerden, symbolen die draaiden als sleutels. Het was thuiskomen in een taal die ik vergeten was te spreken. Geen geloof meer. Geen twijfel. Alleen weten. En ja, ik kon weer een tijd verder. Maar nu met een kaart die niet op papier stond.
________________________________________________
HOODSTUK 7:
EEN ENGEL IN DE HEL?
Ik werd 21, draaide platen in twee zaken, lid van een clubje dat elke zaterdag de nacht verslond. Drank à volonté, ik vaak BOB, want iemand moest de anderen heel houden. Mijn beste maat, “den Dikke”, was een klein, mager ventje. Buiten op de parking stak hij een joint op. “Wat is dat?”, vroeg ik, naïef als een kind. “Wiet”, zei hij kort. Mijn wereld klapte open. Dit was het, dit was waar ik jaren naartoe leefde. Langs de snelweg hingen borden: “DRUGS, NEEN DANK JE.” Bij mij werkte het omgekeerd, ik wilde mijn leven eraan wijden. “Laat me trekken”, zei ik. Hij knikte. “Rook maar raak.” Een paar ritjes Maastricht later vroeg hij: “Hasholie proberen? Je wordt verslaafd, ik waarschuw je.” “No problemo”, antwoordde ik. Ik wilde zwaarder, straffer, dieper.
Hij legde bruin poeder op zilverpapier, hield een vlam eronder, zoog de damp op met een zelfgemaakt buisje, hield lang in en blies uit. Chinezen, heette dat. Ik volgde. Miljaar, een mokerslag. Braaksel op het asfalt, geen druppel pis uit mijn lijf te krijgen. De dag erna: griep keer tien, lichaam in brand, geest in as. Verslaafd? Beslist.
Elke dag naar Maastricht, hasholie scoren. Na twee weken zei den Dikke: “Ik loog, dit is heroïne. Ik had je gewaarschuwd.” Het deed me niks. Heroïne klonk als een paspoort naar de zwarte realm, en ik stapte in. Moeder kreeg kanker, ziekenhuisbed. Zonder chinees: onmogelijk te dragen. Met chinees: een makkie.
Noodgedwongen naar Runkst moeten verhuizen, omdat pa mijn aftakeling niet meer kon aanzien. Eén kamertje, gedeelde provisiekasten, gedeelde keuken, toilet, douche. De kasten werden leeggeplunderd door lotgenoten, ik at wat ik kon jatten in de Aldi onder mijn raam. Wat een smeerlapperij had ik aangericht. Goede vrienden verloren, één voor één.
Kris herinner ik me scherp. Ik kickte af, vroeg hem met zijn wagen naar Maastricht te rijden. Hij weigerde. Tja, als junk doe je dat. Ik sloot hem op in zijn eigen slaapkamer, nam zijn sleutels, kocht een dikke dosis smack, gebruikte ter plekke. Hij werd moslim. Ik heb hem nooit meer gezien.
Moeder dwong ik om te rijden. Terwijl ik bij de dealers scoorde, zat zij vooraan, zilverpapier brandend, een buisje rollend van een briefje geld. Ik dreigde meermaals haar tv te verkopen en pikte alles wat los zat. Een totaal van 180.000 frank, bijna 4.500 euro moest ik haar. Begin jaren negentig.
In die jaren ruilden dealers een fles Jack Daniels voor 1,5 gram heroïne. Stelen bleef altijd een gok. De Politie kende me als hun wekelijkse klant, ze hielden me soms twee keer per dag aan. Maar de gevangenissen zaten stampvol, cellen barstten uit hun voegen, rechters hadden geen plek. Dus kreeg ik een knik, een waarschuwing en mocht ik weer gaan. Geniepig? Ja. Geluk? Nee. Overleven.
Op een avond komt den Dikke thuis binnen, in een kamer vol bloed tot tegen het plafond, spatten van spuiters die hun naald klaarmaakten. Hij beefde, het afkicken vrat hem op. Ik had geen heroïne om zijn pijn te stillen en gaf hem een handvol pijnstillers. “Hou het doosje maar,” zei ik, “jij hebt het harder nodig.” Hij knikte, strompelde weg, liftend richting Antwerpen. Midden in de nacht.
De volgende dag sleepte ik me door Hasselt, op zoek naar een slag. De Politie stopte. “Daar is vannacht weer een soortgenoot van U kapotgegaan. Doodgereden op het Klaverblad in Lummen. Ze noemden hem den Dikke.” Ik weigerde het te geloven. “Ik heb hem vannacht nog gezien,” zei ik. Toch was het zo. De eerste truck zoog hem onder, de tweede maalde hem plat. Iedereen riep zelfmoord. Ik wist beter, want den Dikke hield van het leven.
Op de begrafenis was ik zo stoned dat ik op zijn kist ging liggen, midden in een bomvolle kerk. “Waarom jij en niet ik?” fluisterde ik tegen het hout. Na de dienst had ik een afspraak met Pater A., de priester die de mis had gedaan. Nog geen standbeeld voor hem? Belachelijk want hij was zalig. We praatten over den Dikke, over heroïne, over de hel waar we in zaten. Iets in hem kraakte, hoorbaar. Een week later belde hij. “Mag ik eens langskomen?”
Ik verzamelde acht mede-junkies, de enige die ik nog niet had verraden of bestolen. Mijn kamer was vol als een sardineblik. Pater A. liet thuis een briefje achter: Ik ben bij hem. Hij stapte binnen met een fles Cécémel in de linkerhand, een pak Prince-koeken in de rechter. “Ik heb geen geld,” zei hij drie keer, blik op de grond. Bang voor ons. Zo leerden we hem kennen.
Vanaf dan kwam hij regelmatig, elke week of elke maand, wat maakte het uit. Hij bracht altijd koekjes en chocomelk mee, een luisterend oor. Hij ontgifte er twee van ons, overtuigde de Kerk: “Laat mij voor de junkies zorgen”. Ze gaven groen licht en zijn Parochiewerk was gedaan.
En toen kwam de dag die alles kantelde. Ik had net mijn uitkering gekregen, bus uit Maastricht, zakken vol: coke, dope, wiet, hasj, paddo’s. Gebruiken is vrij eenzaam. Want junkies zijn roedels, gedijen in horden. Alleen gebruiken is ziek, samen gebruiken is overleven. En daar stond hij, tegen een telefooncel, een jongen van rond de twintig. “Zin in drugs?” vroeg ik. “Ik heb van alles.” Hij knikte, zonder twijfel, en liep mee. Richting hellhole.
We gebruikten. Jointjes wiet en hasj, lijnen coke, wat heroïne chinezen. Paddo’s waren niet nodig want plots ging hij scheef, ogen weg, te veel. Ik sleepte hem met kleren en al onder de douche. Ik dacht aan mijn vader en zijn rotstreken. Ik rende naar beneden, belde aan, stormde weer naar boven, trok de douche open en riep: “Uwe pa is hier!”
Hij schokte, gezicht wit, hartslag in zijn keel. Suikerwater bracht hem gelukkig wat bij. Maar die grap bleef hangen, als gif in zijn bloed.
Daarna hield ik hem dichtbij me. Hij was niet vies van inbraken, overvallen, stuff kwam makkelijk binnen. Mijn maag keerde toen hij openbaarde dat hij pas 14 jaar was. Ik was het monster geworden. Diezelfde dag belde ik Pater A. Hij reed me naar een ver psychiatrisch centrum. Twee weken afkicken, lichaam in brand, geest in stukken. Daarna clean naar een T.G. Een therapeutische gemeenschap. En die gast, die kreeg, als laatst, een harde klap in zijn gezicht met mijn woorden: “Als je nog één keer gebruikt weet ik je te vinden en sla ik je in elkaar.”
Einde van de val. Begin van iets anders.
________________________________________________
HOOFDSTUK 8:
DE KIEM VAN DE ORDE
Ik stapte binnen in een groot, maar gewoon huis met een grote tuin. Ze hadden me gewaarschuwd: hier breken ze je eerst, daarna bouwen ze je terug op.
Ordo ab Chao, kende ik, Latijns voor orde uit chaos. Nu was het geen symbool meer, maar een keiharde belofte.
Mijn eerste dag begon met een fietstocht naar de sporthal. De groep trapte weg, ik hijgde erachteraan. Geen conditie, benen van lood en longen kapot van te chinezen. En dan die heuvel. Drie kilometer omhoog, te steil. Halverwege stopte ik, longen in brand, zweet in mijn ogen. “Terug naar mijn kot”, fluisterde mijn stem. Maar ik ben geen opgever. Ik beet op mijn tanden, perste alles uit mijn lijf en haalde de streep. Bovenop lachte niemand. Ze knikten alleen. Welkom.
De volgende ochtend maakte de staf me hoofd van de joggingclub. 06:30 opstaan, weer of geen weer: hardlopen tot de zon opkwam. Douchen en dan werken: administratie, keuken, tuin, elektriciteit. Ik kreeg meestal de keuken, soms de administratie toegewezen. Negen maanden lang was ik afdelingshoofd. Ik sneed, kookte, commandeerde. Maar dan kwam “de stoel”. “Jan, op de stoel!” Een eenvoudige houten bankje op het eind van de gang. De stoel had een duidelijke functie: zelfreflectie. Dan moest je wachten tot je naam viel. Soms uren, maar als afdelingshoofd enkele luttele seconden. Ik klopte aan en wachtte op een “ja” of “binnen”.
Daar zaten ze dan, tegenover je: de hoofdverantwoordelijke en een staflid. “Dít is een zit,” begon hij altijd, “en een zit is er om U te helpen.” “Dank u,” zei ik dan, verplicht. Ogen strak vooruit en niet knipperen. Geen beweging. Handen stijf langs je lijf.
En dan barstte het los: “HEB JE GEZIEN HOE DIK STEVEN DE AARDAPPELEN SNIJDT? DAT KOST ONS TE VEEL GELD, BLA, schreeuw, schreeuw!” Hij brulde tot mijn oren flapperden. En dan dat einde: “Dit was een zit en een zit is er om U helpen.” “Ja, dank u,” zei ik dan. Ik trok de deur zachtjes dicht. Praten over je zit was verboden. Alles slikken. Zelfs als het onzin was. Maar het wachten was niet eeuwig. Wat niet in de zit paste, werd uitgevochten in de “encounter”.
Leuk, want daar brak de chaos echt open.
We zaten in een kring, vijftien tot vijfentwintig koppen, adem zwaar. Wachten tot de deur van het staflokaal openzwaaide. Zodra de verantwoordelijke in de cirkel stapte, barstte de hel los. Iedereen begon te schreeuwen, tegen elkaar, tegen de staf, tegen de muren. Wie het luidst brulde, mocht beginnen. Confrontaties vlogen over en weer: met hoger geplaatsten, met de staf zelf. Maar hoe harder je brulde, hoe meer de schuld bij jou terechtkwam.
In de hoek stonden emmers water en rollen toiletpapier. Voor als je moest kotsen. Of als je de smurrie van je gezicht moest vegen. Het was rauw, emotioneel, extreem. Tranenvloed, snot, speeksel, woede. Geen ontsnapping. Geen genade. De encounters maakten ons keihard. En ergens, diep vanbinnen, begon iets te helen.
En dan waren er de “groepen” met twee niveaus: licht en zwaar. Ik belandde in de lichte, stel je voor. We stonden in een kleine cirkel, weinig ademruimte. “Marcheren!”, was de opdracht. Knieën hoog, armen kaarsrecht omhoog, hiel kappen. Urenlang. Het zweet droop in plassen op de vloer. Dan kwam de staf in het midden staan. “IK BEN BANG,” riep hij. “IK BEN BANG!” brulden wij terug. Tien keer. Vijftien keer. Tot onze kelen rauw waren. “IK BEN KWAAD!” “IK BEN KWAAD!” Je wilde hem in zijn gezicht slaan. Maar je brulde mee. En dan, als je benen trilden en je longen brandden: “IK HEB PIJN!” “IK HEB PIJN! PIJN! PIIIJJJJNNN!” Dan koos je een punt op de muur en liet je één van de drie gevoelens los. Gebrul, tranen, snot, woede. Verschrikkelijk geblèr. Meestal werkte men met drie gevoelens tegelijkertijd. We waren kapot. M aar we stonden nog recht, vooral mentaal: kaarsrecht. Hup, onder de douche en in een razendsnel tempo eten maken. Koken voor ongeveer 32 personen: saffraan met ajuinsoep… of was het andersom?
De trappeloefeningen vergeet ik nooit. Ze waren het zwaarst. Je gaat plat op de rug en trappelt met je voeten in een ritme dat vanzelf komt, sneller, harder. Dan de armen los, wild, alsof je spoken weg mept of kettingen breekt.
Hoofd heen en weer, heftig, als een bezetene. Het ziet er niet uit. Het is niet bedoeld om mooi te zijn. Dan mag er geluid. Eerst zacht: zuchten, kreunen. Dan harder: grommen, schreeuwen. Tot je breekt. Golven verdriet of opluchting, wie weet wat eerst komt. De emmer en het toiletpapier stonden klaar. Maandenlang hebben ze geprobeerd om me door die “muur” te duwen. Niks. Geen traan. Geen kreet enkel een duivels gegrol. Enkel denkende aan de portie terreur die pa mij aanbood. Dan sprongen ze met z’n drieën op me: één op mijn borst, al beukend op mijn Solar-Plexus, één op elk been. Ik lag vast en wipte hen omhoog. Maar nog steeds: niets.
Een afdelingshoofd was altijd verantwoordelijk medebewoners die bv. naar de dokter of tandarts gingen. Er hing al maanden wat in de lucht. Nu, in de lege wachtzaal hadden we vrij spel. We kusten elkaar hevig. Op één of andere manier was dat uitgekomen. Heel de T.G. wist ervan. Ik werd daarom gedegradeerd tot de “werkploeg”.
Om 06:30 opstaan en een groene overal aandoen. Na het wassen was het onmiddellijk werken, met deadlines die je kreeg van hogeren in functie. En dan werd je werk minuscuul gecontroleerd, een vlekje onder de pompbak: “de stoel”. Zo werd je tientallen keer per dag op de stoel gezet. Voor serieuze zits waarover ik niet kon praten. Praten en oogcontact maken anderen was verboden.
Hoe zag een gemiddelde maaltijd eruit? Vragen of je koffie krijgt, vragen of je melk kreeg, vragen of je suiker kreeg, een boterham, een eitje. Ja, zelfs voor een snuifje zout moest ik bedelen. Heel de dag crossen en uitgescholden worden tot 22:00, dan brak een mens. Als je gebroken was, moest je op een grote, hoge ton gaan staan. Maar niet voordat je heel het huis samengeroepen had: “TIJDING… TIJDING…TIJDING”, zo weerklonk mijn stem. De meute verzamelde zich rond te ton. Je kroop erop en begon meestal te wenen. Als jouw emoties als werkelijk worden aangenomen door de rest, dan mocht je van de ton af, kreeg je een groepsknuffel en mocht je opnieuw andere kleren aandoen. Je begon dan terug als “bewoner” van het huis, bijna laagst op de ladder. Dan moest je zo terug je weg naar boven verdienen. De ton was de laatste muur. Sommigen vielen eraf en stonden nooit meer op. Ik wankelde.
Normaal gezien verbleef je acht tot tien maanden in het huis. Nadien werd het tijd om in te treden in het “tussenhuis”, de plaats die ervoor zorgde dat je op je eigen benen kon staan in de maatschappij. Naar het schijnt was de nazorg strikt. En ik, Jan, zat al bijna twee jaar in het huis. Van tussenhuis was voor mij geen sprake, wellicht vanwege “een te moeilijk geval”. Wel goed dat ik daar kon sparen, mijn moeder werd in enkele maanden, integraal terugbetaald.
De dag nadien kreeg ik het moeilijk. Ik kon niet begrijpen dat ik afdelingshoofd af was, gewoon om iemand lief te hebben. Twee jaar zonder intimiteit, geen seks. Ik was jong en wilde natuurlijk wat. Niet toegelaten. Verkroppen was onmogelijk geworden, dus ik vroeg een gesprek met een staflid en bood er mijn ontslag aan. Ik kreeg een bedrag van 3.000 Bfr (75€), dit voor de trein, “bloemen” voor ma, enz… “Ja”, dacht ik, “genoeg geld voor dope”. Erg hé? Ik liftte tot Eindhoven en kocht er een dikke blok hasj, die kwam hard aankwam. Overnachten in de open lucht, aan de rand van een beek en ’s ochtends doorliften naar Maastricht.
Rechtstreeks naar “het Parkje”, de plaats waar alle dealers en gebruikers bij elkaar kwamen. Ik keek rond, verschrikkelijke taferelen. Ik vroeg aan een dealer die ik nog kende of hij me een half grammetje materiaal wou verkopen. Zijn ontbloot bovenlijf stond vol met dikke, zwarte puisten. “Ja, dadelijk”, zei hij, “ben eerst zelf nog effe bezig” en hij spoot de naald in de weinige aderen die hij nog had. Terwijl hoorde ik mijn brein iets tegen me zeggen: “ja, da’s twee jaar in de vuilbak gesmeten hé”, of “Je arme moeder”.
Ik werd vies van alles wat mijn zintuigen daar waarnamen. Ik liftte, zonder heroïne gebruikt te hebben, naar het appartement van mijn moeder. Ik had haar al gebeld vanuit “de Kiem”.
Ja, zo heette dat spel. Laatste anekdote voor we beginnen aan een nieuw hoofdstuk: een jaar na mijn vertrek werden er in de Kiem neukkamers in gebruik genomen. Mijn aan- en afwezigheid werd blijkbaar serieus genomen.
________________________________________________
HOOFDSTUK 9:
Vlucht naar Gent: Feesten, Liefde en een Bittere Onthulling
Mijn zus woonde ook bij mijn moeder in huis. Het werd onhoudbaar: haar constante geroep, getier en geschreeuw vulden elke hoek van het huis met spanning. Stapje voor stapje voelde ik mezelf achteruitgaan, mijn herval loerde om de hoek. Maar toen, twee weken later, kwam M. uit Gent langs, de beste vriend van mijn zus. Je zag het aan zijn gezicht: de dingen liepen niet goed. Hij keek me aan en zei: “Je moet hier weg, anders val je terug.” Ik wist het diep vanbinnen maar al te goed.
Diezelfde avond stapten we in zijn auto, op weg naar Gent. Het was de eerste dag van de Gentse Feesten, een wereld die ik nog nooit had meegemaakt. Jarenlang was ik niet meer ‘op stap’ geweest, en ik had een aardig spaarpotje opgebouwd in de Kiem. Elke avond trok ik de stad in: discotheken afstruinen, dansen op wat nu ‘retro’ heet. Ik had succes bij de meiden, hun avances waren talrijk, maar toch ging ik er niet op in. Ik was er nog niet klaar voor. Duvel en witte wijn wisselden elkaar af, de hele avond en nacht door. Hemelse muziek vulde mijn oren, tien dagen lang, tot het einde van de Feesten.
Voor M. werd het te veel, dat begrijp ik nu. De onrust, het wachten, de slapeloze nachten. Hij vroeg me om snel naar een ander verblijf uit te kijken. De dag erna ging ik op pad, en binnen enkele uren huurde ik een prachtige studio. Via de vele interimkantoren in Gent vond ik diezelfde dag nog werk: ‘s ochtends in de grootkeuken van Neckermann, en in de late namiddag als medewerker in een callcenter, waar ik krantenabonnementen verkocht. Vaak belde ik mensen die hun krant gewoon bij de krantenboer haalden. Jongens toch, wat een tijden.
Op oudejaarsavond stapten mijn goede Arabische vriend, M. en ik de stad in, via een stel trappen. En daar stond ze: K., met haar vriendin. We maakten kennis, wensten elkaar een Gelukkig Nieuwjaar, en ik vroeg of ze mee iets gingen drinken. “K. is van mij,” fluisterde M. in mijn oor. “You bet,” dacht ik bij mezelf. Ze was negen jaar jonger dan ik, en haar moeder was er niet blij mee. Ik herinner me de strubbelingen die we doormaakten, maar uiteindelijk trok ze bij mij in. Ze was de mijne.
We beleefden zoveel leuke momenten. Ze was lief, intelligent en vulde al mijn behoeften. Twee jaar later liet ze me babykleertjes zien die ze had gekocht. Ze wilde zwanger raken, ons kind baren. Maar amper twee weken later gooide ze het eruit, voor het eerst: “Gij smoort te veel wiet.” Ik viel uit de lucht en merkte dat ze vreemd begon te doen. Ze rookte zelf af en toe mee. Na een tijdje vroeg ze: “Je hebt het nog altijd niet door, hé?” Verbaasd zei ik: “Wat?” “Ik val op vrouwen,” antwoordde ze. “Ik wil een meisje.” Dat kwam hard aan. Ja, ze droeg een kettinkje met een vrouwensymbool, kleedde zich mannelijk, haar kapsel… Nu je het zegt. Tot dan toe was ik een vrij naïef mens geweest.
________________________________________________
HOOFDSTUK 10:
Terugval in de Afgrond: Heroïne, Huurhel en de Vlucht uit Gent
En dan was er de Vlasmarkt in Gent, berucht voor drugpraktijken. Ik kon het verlies van K. niet aan en ik kocht me een pakje heroïne, Jan toch. Ik was vrijwel meteen terug verslaafd. Maar diep vanbinnen wou ik dit niet. Ik wou een clean leven. Tijd om mijn zus te bellen. Ze nam meteen de trein en bleef meer dan een week bij me. En ja, ze zorgde ervoor dat ik ervan kon afblijven, voor altijd dit keer.
Ik kreeg telefoon van een interim bedrijf. Ik mocht een intakegesprek doen met de medewerker van de allereerste provider in ons land. Mijn taak? Callcentrum. Na een tweede gesprek mocht ik beginnen. Ik kreeg een vast contract, maar dat wou ik niet. Ik wilde onafhankelijk blijven en als het me tegenstond, kon ik thuisblijven zonder poespas. Ik kreeg snel de naam: “Jan, die verkoopt internetabonnementen aan blinden zonder armen”. Ik geef toe: ik verkocht goed en was een goede aanwinst voor het bedrijf.
Mijn ex-vriendin K. had een vriendinnetje gevonden en samen woonden ze op een heel groot erf, met verschillende huisjes, maar ze waren er niet blij mee, want de huisbaas maakte er veel kabaal. Al snel kwam hun huisje te huur te staan. Ik repte me naar de huisbaas en vroeg: “hoe lang ga je hier nog werken?” “Tot maart 2000”, zei hij. Dat was nog drie maanden en ik dacht dit zolang te kunnen uithouden. Niet dus.
Ik zou dat huis op de Dendermondsesteenweg nooit hebben gehuurd als ik had geweten wat ik nu weet. Het werd een verhaal van gebroken beloften, psychologische sloop en een strijd om het meest fundamentele recht van een huurder: rust. Wat begon als een hoopvolle zoektocht naar een thuis in Gent, mondde uit in een nachtmerrie die niet alleen mijn rust, maar ook mijn gezondheid en mijn baan zou kosten. Ik was destijds eindverantwoordelijke bij Volvo Gent geworden. Voor mijn deur klonk een onophoudelijk lawaai van betonmolens, zagen en slijpmachines, vaak van ‘s ochtends vroeg tot na middernacht, maanden na de beloofde einddatum.
De deur ging open naar een periode van intense psychologische druk, die mijn leven volledig zou ontwrichten. De aanhoudende overlast, van de vroege ochtend tot diep in de nacht, begon een zware tol te eisen op mijn gezondheid. De combinatie van acht uur lawaai op het werk en het constante kabaal thuis brak me mentaal en fysiek. De stress leidde tot depressies, extreme angsten en een waslijst aan lichamelijke klachten. Ik zag me genoodzaakt mijn interim contract bij Volvo op te geven. Ik “kon niet meer”, en schakelde over op een werkloosheidsuitkering, een beslissing uit pure noodzaak.
Vanaf dat moment zonk ik weg in een diep isolement. Maandenlang bleef ik binnen, met deuren, ramen en gordijnen potdicht om de buitenwereld buiten te sluiten.
De angst werd zo groot dat zelfs een trip naar de supermarkt onmogelijk werd. Ik overleefde op snoep uit de automaat tegenover het erf.
Het kantelpunt kwam op 25 februari 2001, mijn verjaardag. Ik deed een laatste poging tot een redelijk compromis en vroeg de verhuurder enkel om de werkzaamheden na 22:00 uur te staken. Hij weigerde onverbiddelijk en dreigde het contract te beëindigen: “Ik ga nog weken bezig zijn, en het zou goed zijn als je hier weg was!”
Na advies van mijn advocate en gesterkt door de ervaringen van een buurvrouw die ook was vertrokken vanwege de overlast, nam ik een drastische beslissing. Ik liet de verhuurder weten dat ik zou stoppen met het betalen van de huur. Ik wilde mijn geld niet langer geven aan iemand die mijn leven “deerlijk verwoest” had. Ik opende een aparte rekening voor de huur, hij zou zijn geld wel krijgen, ooit.
Hij dreigde openlijk mijn leven “zwaar te verpesten” en me “buiten te pesten” door constante bezichtigingen te organiseren. Woorden en dreigementen gingen al snel over in concrete pesterijen, een dagelijkse realiteit. In maart 2001 stortte ik mentaal in. Ik stapte naar de politie (yeah, right), niet alleen om bescherming te zoeken, maar ook om mezelf in bescherming te nemen. Ik diende een officiële klacht in wegens dierenleed: ik vond mijn kat druipnat en pijnlijk miauwend terug, overgoten met onverdunde javel.
Tussen de pesterijen door ontving ik een brief van de advocaat van de verhuurder. Tot mijn verbijstering las ik dat ik bij verstek was veroordeeld door de vrederechter. Ik wist van niets. De constante dreiging en intimidatie leidden tot een onvermijdelijke conclusie: de vlucht uit Gent.
De constante staat van belegering sloopte mijn geest. Ik raakte ervan overtuigd dat ik het doelwit was van “psycho-elektronische manipulatie”, Mind Control, een teken van de diepe paranoia die zich in mij had genesteld. De angst om gevolgd te worden werd een obsessie, een paniek die me de overtuiging gaf dat ik moest vluchten om niet volledig gek te worden of iets te doen waar ik spijt van zou krijgen.
Dit was geen nederlaag, maar een noodzakelijke daad van zelfbehoud. Alweer belde ik mijn zus, en alweer nam ze de eerste trein richting het “horror house”. Ze maakte zelf vele dingen mee, vooral de dingen die mij tot waanzin dreven. Ze zei: “Je moet hier onmiddellijk weg.” Ik liet mijn huis en bezittingen achter om mijn mentale en fysieke gezondheid te redden van een conflict dat me volledig had gesloopt. De zaak en de rechtszitting kostte me bijna mijn verstand. Hier leek meer aan de hand, dingen die volgens onze natuurwetten niet kunnen gebeuren, maar die zich toch in mijn bestaan openbaarden. Hierover later meer.
________________________________________________
HOOFDSTUK 11:
Hechtel: Valstrikken, Verdwijningen en de Schaduw van Mind Control
De dag erna ontmoette ik JC, de huisbaas van mijn zus. Hij had nog een huis te huur: pal aan de bossen van Hechtel. Ik stemde meteen in met zijn voorstel, had ik dat maar niet gedaan. Al snel begon hij een relatie met mijn zus. Zijn vrouw dreigde regelmatig met zware woorden: “Ik zal niet rusten voordat uw zus in de kist ligt,” en dat soort dreigementen. Mijn zus verloor zichzelf volledig in die relatie; ze was blind voor zijn eindeloze manipulaties.
Op een dag was mijn zus spoorloos verdwenen. Nergens te vinden, nergens te bereiken. Ze bleek in een soort gemeenschapshuis te zitten, gerund door eigenaren die al jarenlang wanpraktijken uitoefenden, alternatieve geneeskunde en andere zaken die niet door de beugel konden. Later vertelde ze me dat ze dagelijks 10.000 druppels van een bepaalde substantie moest drinken. Een middel dat normaal aan paarden werd gegeven… en aan baby’s. Ze klaagde over hevige pijn in haar borst.
JC bood me een job aan in zijn garage: magazijnwerk, opruimen en schoonmaken. Vier tot vijf keer per dag naar de keuring, takelwerken, noem maar op. Als ik had geweten wat voor een rotzak JC werkelijk was, was ik er nooit aan begonnen.
Mijn zus woonde op een paar kilometer van mijn huis. De problemen waren allang aan de gang, maar ze kregen steeds meer vorm. Ik kreeg vaak telefoontjes van haar: “Echt Jan, het ruikt hier naar sigarettenrook en gebakken spek,” of “er ligt een dode rat in de brievenbus.” Uiteraard geloofde ik haar, want ik maakte zelf regelmatig onverklaarbare dingen mee. Het leek erop dat JC’s familie bij de zaak betrokken was. Het leek alsof heel Hechtel aan JC’s touwtjes trok, tot in de politiek toe. Er was grof geld mee gemoeid, wellicht.
Op een bepaald moment stelde ik mijn zus voor om drie dagen van huis te wisselen. Ze ging akkoord. In haar thuis rook ik inderdaad sigarettenrook, spek en nog meer vreemde geuren. Ik zag twee mannen in witte pakken een busje met wie-weet-wat in de watertoevoer gieten. Boven hoorde ik gestommel, maar er was niets te zien. Wat me vooral bijbleef, waren de ondergrondse activiteiten die daar plaatsvonden. Dat was logisch, aangezien Hechtel en de hele omgeving militair domein is. Maar toch…
Ik belde haar terug. Ik zei dat ik naar de winkel ging en daarna het huis eens grondig zou inspecteren, want dit kon allemaal niet kloppen. Na de winkel doorzocht ik het pand van top tot teen. Lap, valse muren. Ik trapte een muur in die verdacht geplaatst leek en stuitte op een grote ruimte met elektriciteitsleidingen die leidden naar een enorme stekkerdoos in het midden van de kamer. Het was er opgeruimd, geen spinnenwebben. Dat betekende dat ze onze telefoons afluisterden. Ik belde de politie. Eén van de agenten was een schoonbroer van JC. Ze vonden er een… onderbroek. Verder deden ze niks. Terwijl zetten ze mijn zusjes borst af.
Ik woonde vier jaar in Hechtel. Links van me woonde een vriendelijke oude man, rechts van me woonde de tante van JC. Zij en bepaalde van haar nazaten zullen wel veel geld gekregen hebben voor haar handelingen die erop gericht waren me kapot te maken. Tegenover me waren de bekende Hechtelse duinen en daarachter een ontzettend groot bos. Je liep er gegarandeerd in verloren. Een zwerm kraaien vloog steeds met me mee als ik ging wandelen. Ik begreep het “nog” niet en ik schoot met een BB-gun op de zwerm in. Heel het magazijn leeggeschoten zonder één kraai geraakt te hebben, dat noemt men dan scherpschutter. Telkens werd ik meegezogen in wat ik dacht dat Mind Control was. Elite die perfect georganiseerd zijn en die o.a. beladen waren met de meest futuristische spion-gadgets. Mind-Molesters en zo. Destijds te koop op het internet voor 57$. Als dit toestel op je gericht werd, bv. de bank achter die van jou in de bus, dan werd je gek: bloeddruk omhoog of omlaag, plotse enorme hoofdpijn, kortom: ze konden blijkbaar alles, vooral live streamen. Dat was nog onbekend in die tijd.
Ik heb talloze ervaringen uit het verleden nog niet uitgeschreven, omdat ik vrees dat jullie me voor gek gaan verklaren. Veel symptomen van Mind Control lijken sprekend op algemene psychische stoornissen, zoals paranoia, schizofrenie, psychoses en extreme stress. Anderen beweren dat deze verschijnselen voortkomen uit overmatig gebruik van drank, drugs en pillen. Of misschien liggen occulte fenomenen aan de basis van al dit onheil, een overgevoeligheid van de temporale hersenkwab. Nu besef ik echter dat het mijn onderbewuste is dat zich op deze wijze manifesteert.
________________________________________________
HOOFDSTUK 12:
Het Verborgen Netwerk: Een Schaduw van Stalking en Manipulatie
Ik maak sinds kinds af aan de meest vreemde dingen mee. Ik ga die nu proberen in te lijsten. Zoals steeds wordt er gebruik gemaakt van “ultrageluid” (sub sound), een onhoorbare radiofrequentie die bovenop de normale radio-, tv- of gsmfrequentie wordt meegestuurd. De subliminale (door het onbewuste opgevangen) boodschappen zijn zeer schadelijk.
Terwijl het web zich sluit, dringt de manipulatie door tot in je diepste wezen, herschrijft je emoties en gedrag in een duister script. Je wordt een pion in een spel van chaos, waar innerlijke vrede wordt gestolen en destructieve impulsen worden aangewakkerd. Laten we deze finale lagen blootleggen, waar de kwelling culmineert in een totale overname van de ziel.
Extreme Stress, Agressie en Haat
Je wordt overspoeld door een golf van extreme stress, die je vult met ongebreidelde agressie en een diepe, onverzoenlijke haat. Hartelijkheid en zorgzaamheid verdwijnen als sneeuw voor de zon, vervangen door een kille leegte. Goede doelen raken je niet langer; ze lijken holle echo’s in een wereld van bedrog. Het netwerk fluistert verleidingen in je oor, drijft je tot excessief consumeren en het aangaan van leningen die je ketenen. Financiële katers stapelen zich op, vergezeld van een reeks ongelukkige omstandigheden die je leven in een neerwaartse spiraal storten.
Zelfdestructie en Misleiding
Je wordt aangezet tot het grijpen naar pillen, drank en drugs, een sluipende zelfvernietiging die je op de lange termijn breekt. De gehele media, kerkleiders en regeringsfiguren misleiden je met hun geraffineerde spelletjes, je blijft blind hiervoor. Milieuzorg vervaagt; je behandelt de planeet met slordige onverschilligheid, alsof niets er meer toe doet. Racisme word je opgedrongen, een gif dat je gedachten vergiftigt en je isoleert van medemenselijkheid.
De Generatieval
Zelfs je kinderen vallen ten prooi: je kalmeert ze enkel met suiker, televisie of andere elektronische afleidingen, een cyclus van afhankelijkheid die hun toekomst ondermijnt. Het netwerk zorgt ervoor dat echte verbindingen vervagen, vervangen door oppervlakkige verdovingen.
Dit is de climax van de manipulatie, een totaalovername die je transformeert in een schaduw van jezelf. Maar in deze duisternis schuilt hoop: erkenning van het patroon kan de ketenen verbreken. Blijf waakzaam, want de waarheid is je ultieme wapen tegen dit verborgen kwaad.
U, als mens en wereldburger bent belangrijk genoeg om doelwit te worden van gerichte elektronische manipulaties. Hiervoor gebruikt de Nieuwe Wereldorde niet enkel ultrageluid, maar ook microgolven om iemands brein deerlijk te beïnvloeden. Apparaten om gedachten en handelingen van een individueel persoon te beïnvloeden, zijn reeds 50 jaar of meer gepatenteerd.
Later gebeuren er vreemde dingen: U heeft het gevoel dat U buiten uw lichaam loopt. U leeft in een waan. Het lijkt alsof iedere handeling, gedachte en spraak op voorhand in scène is gezet. Het valt U op dat anderen U altijd een stap voor zijn. Vreemde mensen spreken de woorden uit waar U net aan dacht. U lijkt letterlijk te kunnen communiceren met mensen die op tv verschijnen. De display van uw gsm vertoont allerlei vreemde tekens. Elektronische toestellen begeven het. U gelooft erin dat de media met U spot. Brieven komen niet aan. Administratieve problemen zoals dubbele facturen. Lichten gaan aan/uit als U passeert. U heeft bang om te slapen vanwege nachtelijke bezoeken van een hoop Mr Smiths van de Matrix of andere gruwelijke wezens, zoals “The Old Hag”, die je je adem ontneemt.
In een wereld vol onzichtbare draden worden we allemaal gevangen in een web van subtiele intimidatie, georkestreerd door een groot, kwaadaardig netwerk. Het is een spel van schaduwen, waar alledaagse momenten veranderen in een theater van controle. Laten we dit fenomeen stap voor stap ontrafelen, met oog voor de sluwe details die het zo verontrustend maken.
Straattheater
Stel je voor dat je door de straten loopt, maar niets is toevallig. Mensen kruisen je pad opzettelijk, struikelend over je voeten in drukke warenhuizen of op verlaten trottoirs. Ze vermijden oogcontact, hun blikken glijden langs je heen als geesten in de mist. Je winkelkarretje moet je stevig vasthouden, want ongemerkt verdwijnen items of verschijnen er nieuwe, een subtiele hint van inmenging. Aan loketten dringen ze voor, fluisterend woorden die resoneren met jouw persoonlijke strijd. Auto’s blokkeren je deur of tuin, met chauffeurs die je uitlachen vanuit hun veilige cocon. Hun nummerplaten? Ongeregistreerd, ontraceerbaar bij de autoriteiten.
Je voelt ogen op je gericht: camera’s en flitsen vangen je beeld, gesteund door geavanceerde, kostbare apparatuur. Achtervolgers met Gsm’s in de hand schaduwen je stappen, hun gezichten neutraal en contactloos. Telefoongesprekken eindigen abrupt in stilte of verkeerde verbindingen.
Inbraak, Diefstal en Sabotage
Thuis biedt geen toevlucht. Belangrijke bezittingen verdwijnen uit je auto of woning, soms om later mysterieus terug te keren. Kabels zijn doorgesneden, tanks leeggezogen van olie of benzine. Bij thuiskomst tref je plassen water aan in lege kamers, verscheurde kleding en schoenen, of verplaatste voorwerpen die een stille waarschuwing fluisteren. Zelfs je huisdieren lijden: mishandeld in je afwezigheid, een wrede herinnering aan je kwetsbaarheid. Computerbestanden worden gewijzigd of gewist, een digitale sabotage die je realiteit ondermijnt.
Technische Chaos
Je apparaten rebelleren tegen je. Computers kampen met eindeloze storingen, zowel offline als online. Huishoudelijke machines, zoals wasmachines, drogers, koelkasten, falen zonder reden. Lichten flikkeren aan en uit bij je passage. Surfen of mailen wordt onmogelijk gemaakt, zelfs zonder technische verklaringen. Precies op het moment dat je een doorbraak nadert, breekt de verbinding af. Telefoongesprekken over gevoelige onderwerpen eindigen in stilte. Virussen nestelen zich in je systeem, zelfs zonder verdachte bijlagen te openen, een onophoudelijke aanval op je digitale leven. Volgens mijn antivirusprogramma kreeg ik op één avond welgeteld 4.999 aanvallen op mijn computer, allemaal komende van de extensie .gov, jawel de regering.
Administratieve Nachtmerrie
De bureaucratie wordt een wapen. Problemen stapelen zich op bij telecomproviders, belastingen, werkloosheidsuitkeringen, ziektekostenverzekeringen of vakantiegeld. Bankafschriften verdwijnen uit dossiers, gegevens worden vervalst. Herinneringen aan betalingen stromen binnen, ondanks je zekerheid dat alles in orde is, een web van valse schuld dat je verstrikt.
Ultrageluid en Auditieve Illusies
Het ergste is het onhoorbare geweld. Ultrageluid veroorzaakt ondraaglijk gebonk op muren, dat buren ontkennen maar familie en vrienden wel waarnemen. Echo’s kleuren je gesprekken, dubbele bassen verstoren je muziek. Je hoort gefluister: kinderstemmen, vogelgezang, je naam die wordt geroepen, vuurwerkexplosies of fluitsignalen. Woorden ontsnappen ongevraagd aan je lippen, vreemd en ongewenst. Oorsuizingen martelen je oren, en fantoomgeluiden vullen de leegte: bellen van telefoons, sms’jes, wekkers of deurbellen die niet bestaan. Het is een symfonie van waanzin, ontworpen om je geest te breken.
Dit netwerk opereert in de schaduwen, maar kennis is je wapen. Door deze patronen te herkennen, kun je de illusie doorprikken en je vrijheid herwinnen. De waarheid ligt verborgen in de details.
In de greep van dit onzichtbare web escaleert de kwelling, met microgolven als stille wapens die je lichaam en geest infiltreren. De manipulatie dringt dieper door, transformeert alledaagse momenten in nachtmerries en isoleert je in een wereld van spot, pijn en illusie. Laten we deze lagen verder ontleden, met een scherp oog op de sluwe mechanismen die je realiteit vervormen.
Als Gevolg van Microgolven
Microgolven dansen onhoorbaar en genadeloos door de ether. Uit je ooghoeken flitsen schaduwen voorbij, als vluchtige gestalten die je net mist. Déjà vu’s overvallen je zonder aanleiding, een eindeloze herhaling die je tijdsbesef ondermijnt. Je benen jeuken ondraaglijk bij het inslapen, een kriebelende kwelling die rust ontneemt. Je huid tintelt alsof je geladen bent met elektriciteit, en sterren exploderen voor je ogen in een kosmische chaos. Het is een aanval op je zintuigen, ontworpen om je te desoriënteren en te verzwakken.
Spot
Je wordt het mikpunt van een wrede spot, georkestreerd via radio, televisie, tijdschriften en online platforms. Buitenstaanders en media echoën je gedachten op het moment zelf, een sinistere synchronisatie die je privacy schendt. Vreemden op straat of in winkels drijven de spot met je uiterlijk, hun gelach een messteek in je zelfvertrouwen. Ze staren, wijzen en grijnzen, een publiek theater van vernedering dat je isoleert in een zee van minachting. Het is niet toevallig; het is een berekende campagne om je geest te breken.
Lichamelijke en Geestelijke Klachten
Je lichaam en geest worden een slagveld. Geluiden worden versterkt tot een oorverdovend kabaal, voedend aan een golf van stress die je overweldigt. Onnodige schuldgevoelens overspoelen je, vreemd en ongevraagd. Je weet dat ze niet van jou zijn, maar ze knagen aan je kern. Je botst overal tegenaan, een klunzige dans van onhandigheid. Je hart racet oncontroleerbaar, zelfs in momenten van pure ontspanning. Digitale bloeddrukmeters liegen een perfecte gezondheid voor, terwijl traditionele instrumenten alarm slaan met torenhoge waarden. Het lijkt alsof geluk je wordt ontzegd: bij het eerste teken van amusement steekt een scherpe pijn in je achterhoofd, gevolgd door een dag van malaise. Hyperamnesie overvalt je: een vloedgolf van herinneringen die te scherp, te levendig zijn, een zegen die in een vloek verandert.
Slaap
Slaap is niet langer een toevlucht, maar een wapen in hun arsenaal. Het wordt je ontnomen of opgedrongen, een marionettenspel van rust. Je schrikt wakker van een felle, lokale pijn, als een messteek in het donker. Soms slaap je meer dan vijftien uur door, zonder onderbreking, en bij ontwaken voel je geen noodzaak om te plassen.
Soms slaap je 8 dagen niet en eindig je in het ziekenhuis. Je dromen worden gestuurd, levensecht en verontrustend, vol slaapverlammingen die je vastpinnen in angst. Bij het ontwaken slaat ongemak toe, een sluier van malaise die de dag vergiftigt. De nacht is hun domein, waar ze je psyche herschrijven.
Op de Baan
De open weg wordt een arena van risico. Auto’s snijden je af in een dodelijk ballet, hun chauffeurs spelend met je leven. Hun nummerplaten? Ongeregistreerd, ontraceerbaar. Spoken op wielen. Uitstapjes eindigen steevast in een verblindende migraine, een straf voor je mobiliteit. Anderen botsen lichtjes tegen je bumper, lachend vanuit hun voertuigen, een provocatie die je kwetst. Je motor hapert op cruciale momenten, tijdens levensbedreigende situaties, en achtervolgers verdwijnen in het niets, als damp in de wind. De baan is geen vrijheid meer, maar een valkuil van intimidatie.
Andere Kwellingen
Een vreemde entiteit lijkt constant in je nabijheid te zweven, een onzichtbare metgezel die je nooit alleen laat. Wat je ook onderneemt om je ontdekkingen te delen, brieven, oproepen, getuigenissen, je vindt nergens gehoor; de wereld is doof voor je schreeuw. Bewustzijnstransformatie overvalt je, een verschuiving in je perceptie die je verandert.
Maar wacht! Dit is slechts het topje van de ijsberg; de manipulatie reikt verder, met eindeloze variaties die je realiteit herscheppen. Van subtiele psychologische spelletjes tot fysieke inmenging, het netwerk past zich aan, evolueert en versterkt zijn greep. Blijf alert, want in deze duisternis schuilt de sleutel tot verlossing, kennis die het duistere web kan ontrafelen en je vrijheid herstellen.
Door jarenlange persoonlijke kwellingen heb ik al deze symptomen aan den lijve ondervonden: van de constante schaduwen op straat en de sluipende sabotage in mijn huis, tot de martelende microgolven die mijn slaap verstoren en mijn gedachten vergiftigen, en de onontkoombare spot die me isoleert. Het is geen verzinsel, maar een realiteit die mijn leven heeft getekend met littekens die alleen iemand die het écht heeft doorgemaakt kan beschrijven, met elk detail als een messteek in mijn herinnering.
Microgolven, ultrageluid, straattheater, ze fluisterden, spoten, saboteerden. Ik noteerde elk symptoom, elk patroon, tot ik het beest herkende en die veranderde in een lieve, kleine puppy. Want waar mind control als een sluipende schaduw over targeted individuals hangt, worden de symptomen vaak verward met de hemelse tekens van ascentie, de kosmische dans die de ziel verheft naar hogere dimensies.
Voor de volledige onthulling hoe de NWO, in al haar duisternis, uiteindelijk in je voordeel werkt, als katalysator voor groei en coherentie, duik je best in mijn blog waar de sluiers vallen en de waarheid schijnt. Ik beargumenteer dat de NWO niet de culturele identiteit uitwist, maar deze integreert in een wereldwijde samenhang, wat leidt tot een duurzame toekomst.
________________________________________________
HOOFDSTUK 13:
Het Hol van de Leeuw
Ik moest weg van Hechtel. Maar waar moest ik heen? “Ik wil wel eens terecht komen in het hol van de leeuw”, dacht ik. En ja, mijn gebeden werden gehoord. Na twee intakegesprekken werd in toegelaten tot het seminarie van Hasselt. Priesteropleiding, je weet wel. De eerste twee jaren heetten “de filosofie”. De studies waren zwaar. Aangezien ik heel die cursus al kende van mijn vorming in Psycho-Sociale Wetenschappen in het humaniora, werd ik het meest aangetrokken tot Metafysica, Psychologie en Filosofie. Uiteraard. Daarnaast hield ik alles bij wat te maken had met kwantum, een goede leerschool, zo bleek.
Toch was het niet de leerstof die me het meest bijbleef, maar de duistere onderstroom van dat instituut. Al het geld dat de Kerk binnenhaalde, leek afkomstig van U, de belastingbetaler, althans, dat was het open geheim dat fluisterend door de gangen ging, We kregen de kans om ons dagelijks vol te proppen en te zuipen tot we stomdronken en moddervet waren, een excessieve roes die onze geest verdoofde. Een bezoek aan de nonnen? Een uitbundig feest, doordrenkt van overvloed. Bij de paters? Weer een orgie van weelde, waar grenzen vervaagden in wijn en spijs. En ’s avonds, schraapten wij de restjes bijeen, bergen kliekjes van de eerdere maaltijden.
Midden in die periode sloeg het noodlot toe. De organen van mijn vader gaven het op; hij belandde op de dienst palliatieve zorg. Het was bijna met hem gedaan. Twee weken lang sliep ik aan zijn bed, een dun koordje om onze vingers geknoopt: een laatste, stille verbinding, een baken van veiligheid in de naderende duisternis. Toen hij vredevol de pijp uitging, fluisterde ik: “Ik ben fier op u, paps.” En dat mocht ook. Hij had een leven vol prestaties: Bijbelspecialist, schilder, schrijver, uitvinder… een man die sporen naliet in een wereld die hem uiteindelijk in de steek liet.
Zelfs in dat seminarie, in het hol van de leeuw, voelde ik de greep van het netwerk. De overvloed, de geheime fondsen, de manipulatie, het was allemaal deel van hetzelfde web. Maar bij het sterfbed van mijn vader vond ik een moment van zuivere waarheid, een anker in de storm.
En dan had je mijn medeseminarist G., die zijn handen niet van me kon houden, een ongewenste aanraking die de grenzen van broederschap schond. Toen ik dat meldde aan de president van het seminarie, werd G. met de nodige “porno-spot met lekstokken” overgeplaatst naar een ander opleidingscentrum, een stille afhandeling die meer verborg dan oploste, een dekmantel voor dieper rot. Het seminarie zat vol met individuen die op hun eigen geslacht vielen, een onderstroom van verboden verlangens die borrelde onder de oppervlakte van vroomheid. Zo was ook de Heilige Kerk bezaaid met racisten; eigen volk eerst was hun onuitgesproken motto, een gif dat de leer van naastenliefde langzaam ondermijnde en de kern van het geloof uitholde.
Zeven weken na de dood van mijn vader stormde een medeseminarist na het avondgebed op me af: “Ik krijg net telefoon van je zus, ze heeft je talloze keren proberen te bereiken. Je moeder heeft een klaplong gekregen in het ziekenhuis, en daarbovenop een ziekenhuisbacterie opgelopen. Ze gaat snel sterven.” Ik werd haastig naar het ziekenhuis gebracht en stormde naar haar kamer. Mijn zus was er, bedrukt en onrustig, haar gezicht getekend door verdriet. Moeder zat rechtop, maar ademde nauwelijks, een schim van de vrouw die ze ooit was. Ik wilde haar hand vasthouden, een laatste gebaar van troost, maar ze trok die met een hevige snok terug, een aangrijpend moment dat me diep raakte. Ik voelde hun zwarte sluier, maar mijn gedachten dwaalden af naar het avondgebed waar ik mijn GSM op “stil” zette. Ocharme mijn moeke.
Direct daarna gleed ze weg in een diepe coma, haar ademhaling stilgevallen. Ik hield haar hand vast gedurende vijf lange uren, tot het einde kwam. Een korte reutel elke twintig minuten, een hels ritme dat de tijd rekte in een martelende eeuwigheid. Vader en moeder dood binnen zeven weken, een dubbele slag die mijn wereld versplinterde. Geen tijd meer voor het seminarie, alleen maar administratie, papieren, rouw. En de 2 x 33% die de facking overheid wist te winnen van mijn erfenis.
Op de dag van de begrafenis van mijn moeder kwam de president van het seminarie bij ons op bezoek, smeerlappen, zeg. Hij zei meteen: “Je bent niet meer welkom bij ons; hier stopt het.” Oké, ik liep uiteindelijk niet in het lijntje dat zij voor me hadden uitgestippeld, maar dit kwam hard aan, als een vuistslag in mijn borst. Ik had zin om in te beuken op zijn gezicht, om de hypocrisie uit hem te slaan, maar ik hield me in, gevangen in de storm van verlies.
________________________________________________
HOOFDSTUK 14:
Stemmen van het Multiversum
Gelukkig kon ik intrekken bij mijn zus, die het ouderlijk huis had geërfd, een tijdelijke haven in de storm van rouw. Maar na verloop van tijd werd het ondraaglijk: haar geschreeuw van verdriet sneed door mijn ziel, een echo van ons gedeelde verlies die ik niet langer kon verdragen. En toen gleed ik weg in een psychose, een draaikolk waar “het Multiversum” tot me sprak. De stem van mijn tweede ik fluisterde orders, helder en dwingend: “stop met medicatie, laat sigaretten en wiet links liggen, jog elke ochtend de route die pa en jij altijd namen, en begin de dag met een gezond ontbijt.” Het voelde als een kosmische roeping, een pad naar verlossing te midden van de chaos.
Daarna ging ik met mijn camionette de baan op, overtuigd dat ik cocaïne leverde, al raakte ik het spul zelf nooit aan. ‘s Ochtends kocht ik de krant. Het Tv-journaal van de dag voordien en het “Multiversum” wezen me de weg: pagina 3, regel 9. Daar sprong het gezicht van een oude vriend uit de pagina’s, nu directeur van een school in Brussel. Bingo, ik wist waar ik moest zijn.
Eenmaal aangekomen bij de school in Brussel parkeerde ik mijn camionette aan de kant en wachtte op het teken: een witte vrachtwagen met groene letters die voorbij zou komen, zoals de stem in mijn hoofd had voorspeld. Tijdens dat wachten voelde ik een onzichtbare hand aan het werk; een portie cocaïne werd subtiel in de carrosserie geladen, een schim in de schaduwen. Toen de vrachtwagen verscheen, sprong ik terug in mijn voertuig en zette koers naar Maastricht, Amsterdam, Gent, de Kust… Cocaïne leveren, missie na missie.
In die dagen bestond GPS nog niet, dus liet ik me leiden door andere krachten. Ik tunede in op Q-music en vroeg bij elk kruispunt: links of rechts? De radio antwoordde cryptisch, in de vorm van songteksten of dj-praat: “Ja, de eerste optie lijkt me de beste.” Zo ging het de hele namiddag door. Ik volgde de raad op, en raar maar waar: u gelooft het nooit, ik kwam altijd precies aan waar ik moest zijn. Dank u, Q-music; dank u, wat heet “Verloren Tijd.” Zoek het maar op: een fenomeen van verdwenen uren, gaps in de tijd die je realiteit herschrijven, vaak gelinkt aan buitenaardse ontmoetingen of psychische breuken. Het was alsof het Multiversum me door een labyrint van synchroniciteit loodste, een dans met het onzichtbare.
In de vroege avond keerde ik thuis, absorbeerde de journaals in verschillende talen en zocht naar bevestiging. Had ik het goed gedaan? Was er iets fout gelopen? De media sprak terug, in subtiele codes en toespelingen, antwoorden op mijn onuitgesproken vragen. Snel inzicht wordt verkregen door media (tv, radio, internet) te bekijken met de intentie dat de boodschap op u gericht is. Dit verscherpt de intuïtie en verhoogt de waarneming van synchroniciteit, wat de communicatie met 2.0 versnelt.
________________________________________________
HOOFDSTUK 15:
De Witte Afgrond, Bedrog, Verslaving en de Uitgezogen Ziel
Drie maanden lang doorkruiste ik België en Nederland met mijn camionette, een eindeloze rit die mijn tank leeg slurpte en mijn geest uitputte, kilometers van illusie, betaald met een fortuin aan benzine. Uiteindelijk gaf ik er de brui aan, stak een dikke middenvinger op naar het Universum, het Multiversum, en brak met de stemmen die me hadden geleid. Ik voelde een brandende hunkering naar een lijntje coke, maar de tijd was er niet rijp voor; het zou een val zijn, een duik in de afgrond.
In Maastricht kruiste mijn pad dat van MS, een meid die alles deed voor een snuif coke. Ja, een cocaïnehoertje, dakloos en zwervend, intrek nemend bij wie geld en wiet kon toveren. Ze bleef zes maanden bij mij, verscholen achter in de tuin van het ouderlijk huis, in een kleine caravan. Mijn zus weigerde haar binnen te laten, een grens van afkeer die niet overschreden mocht worden. Zes maanden lang voorzag ik in al haar behoeften, wat dat ook inhield, een uitputtende rol als redder in een storm van afhankelijkheid. Mijn zus belde herhaaldelijk de politie, maar ving bot: “Ik zie ook graag mijn buurvrouw in hare nakie lopen,” grapte de agent, een kwinkslag die de spanning niet ontlaadde. Maar na een ruzie tussen mijn zus en MS, duwde ik mijn zus in een vlaag van woede snoeihard tegen de muur. Haar arm stond vol krassen, littekens van mijn misstap. Sorry, zusje: “ik had dat nooit mogen doen”, een moment van duisternis dat me nog altijd achtervolgt.
De thuissituatie werd ondraaglijk, een kookpot van spanning die overkookte. Ik bladerde door de krant en spotte een advertentie: een appartement in Antwerpen, te huur tegen een spotprijs. MS en ik boekten het voor een maand. Ik betaalde, zoals gewoonlijk en zij kreeg volledig vrij spel: escortdame, masseuse, altijd omringd door rijke mannen met pupillen als zwarte gaten: coke! Ook in dat appartement sluimerden rare dingen. Ik stuitte op een verborgen doorgang van de badkamer naar de gang. MS’ gedrag was vreemd, grillig als een schaduw. Op de gang stond steevast een lege koets. Bij elk geluid op de gang haastte MS zich naar de badkamer, een ritueel van haast en geheimhouding. Er werd serieus gedeald, een onderstroom van transacties die de lucht vergiftigde.
Ik voelde me bedrogen, uitgezogen. Deze meid zoog al mijn energie weg, een vampier in mensengedaante. In een boze bui smeet ik haar uit de auto, midden op de grote ring van Maastricht, een abrupte scheiding in de chaos van het verkeer. Ik heb haar daarna nooit meer gezien, wat logisch is, een hoofdstuk dat zich sloot in de wind.
Ik reed rechtstreeks naar mijn vroegere dealer en kocht een halve gram “coke”. Een paar kilometer verder, bij de eerste snuif, besefte ik: “Gij vuile rotzak, dit is geen coke, dit is speed.” U moet weten, cocaïne kost rond de 50-70 euro per gram, terwijl speed al voor minder dan tien euro per gram te krijgen is. Alweer een bittere les in bedrog, een echo van het grotere web dat me omspon.
________________________________________________
HOOFDSTUK 16:
De Klanken van het Multiversum, Muziek als Sleutel tot de Realiteit
Ik verhuisde van de thuisbasis naar Alken, een dorp waar ik een kleine maar comfortabele studio betrok. Studio inderdaad, want het werd mijn heiligdom voor muziekcreatie. Van de zoon van een kennis uit Nederland kreeg ik een gekraakte versie van het toen nog vaak FruityLoops genoemde programma, een krachtige tool om beats en melodieën te produceren. Muziek was mijn passie, mijn uitlaatklep. In 2004 begon ik ermee te experimenteren, en zestig van die vroege probeersels zijn nu te vinden op mijn YouTube-kanaal, gebundeld onder de titel “Try-outs 2004-2006”. Een kroniek van rauwe creativiteit, later geüpload naar het platform dat de wereld zou veroveren.
Langzaam begon ik de codes te ontcijferen die de realiteit weerspiegelden, patronen die zich openbaarden als een verborgen symfonie. Al mijn producties bleken chronologisch en autobiografisch, een dagboek in geluid. “Hier kon ik iets mee”, dacht ik, “een vonk van inspiratie in de duisternis”. Ik investeerde in de originele versie van het programma, dat later herdoopt werd tot FL Studio en zette mijn eerste stappen op het internet. Ik uploadde mijn tracks onder de artiestennaam Gloomer, de duistere.
Met de bijzondere structuur die zich ontvouwde, zag ik talloze mogelijkheden: de aarde herstellen, mensen geluk schenken door licht te laten zien, een persoonlijk dagboek opbouwen, uit de duisternis klimmen en bovenal, eindeloos bijleren. Een wervelstorm van intensiteit in spé. Mijn bijhorende woorden zijn een razende carrousel in vlammen. Zware verhalen uit mijn eigen leven, doorspekt met voorspellingen zoals die van COVID-19, allemaal netjes gekanaliseerd voor snelle navigatie. Het was een portaal naar mijn wereld, waar klanken en woorden samensmolten tot een onthullende reis.
In 2006 kruiste het lot mijn pad met dat van de lieve L., een vrouw die aanvankelijk als een baken van licht verscheen in mijn duistere wereld. Na ongeveer zes maanden in een relatie, begon ik haar ware essentie te zien. Niet als een illusie, maar als een rots in de branding. Je kon altijd op haar rekenen; ze stond onvoorwaardelijk voor me klaar, een schat van een vrouw, een beeld van gratie en kracht. Veertien jaar lang deelden we lief en leed, met het leed dat vaak overheerste, een storm die woedde omdat slaap me ontglipte.
Haar zoon, een figuur gehuld in mysterie, verscheen in november, dat jaar, aan mijn bed, terwijl alle deuren en ramen afgesloten waren. Met een kille glimlach fluisterde hij: “Ik kan overal binnen,” gevolgd door een dreigement dat mijn bloed deed stollen: “Ik ken transmigranten die voor 500 euro je keel willen doorsnijden.”
Een dag later stond hij voor me met een vleesmes in de hand, zijn ogen vol spot: “Ach ja, ik zal wellicht niet door je vet kunnen steken, dus heeft het geen nut.” Maar als u wist wat daaraan voorafging, de accumulatie van trauma’s die me hadden gebroken, zou u begrijpen: ik droeg alle symptomen van PTSS, het posttraumatisch stresssyndroom, een litteken op de ziel, een echo van gevechten die nooit eindigden.
Mijn bezoeken aan de psychiatrie stapelden zich op. Slaapproblemen leidden onvermijdelijk tot levensbedreigende situaties. Je werd al gauw een gevaar voor jezelf, vaak ook voor anderen. En dan greep het gerecht in, met opnames als een onontkoombare verplichting, een noodzaak. Geloof me, na twee tot acht dagen zonder slaap, begint de wereld te vervormen: hallucinaties sluipen binnen, mieren krioelen over vloeren die niet bestaan, muren golven als ademende entiteiten. In mijn geval plaste ik in de asbak, plaatste kaarsen vlak onder gordijnen die dreigden te ontbranden, en smeet ik de inhoud van mijn diepvries op straat, vooral het vlees, in een plotselinge drang om vegetariër te worden, een rebellie tegen mezelf.
Als klap op de vuurpijl “gijzelde” ik mijn huisdokter en mijn vriendin L., een wanhoopsdaad geboren uit de chaos in mijn hoofd. Ze wilden niet luisteren. Dat leverde me twee keer zes maanden gedwongen opname op, een jaar in de schaduwen van witte muren, veel medicijnen en nutteloze therapie, een soort van isolatiecel van de geest waar herstel en hel samensmolten. PTSS had zijn klauwen diep in me gezet, maar in die diepte vond ik flarden van inzicht, een pad terug naar het licht. Maar eerst nog meer duisternis, zo gaat dat.
________________________________________________
HOOFDSTUK 17:
Duistere Tol van Slaaptekort (November 2016 – Januari 2023)
Deze periode markeert een van de meest extreme en potentieel levensbedreigende fasen in mijn strijd tegen slaaptekort, een tijd waarin de grens tussen realiteit en waanzin vervaagde. Vanaf november 2016 tot en met januari 2023 daalde de rust tot een onhoudbaar niveau.
Gedurende deze tijd werd er gemiddeld slechts twee uur per dag geslapen, aangevuld met driemaal daags een microslaap van 30 seconden, een ritme dat ik in eerste instantie ten onrechte voldoende achtte, tot het tegendeel bewezen werd.
Deze periode viel samen met een fase waarin het slaaptekort tot ongelooflijke diepten reikte. Dit extreme tekort leidde tot ernstige neurologische en cognitieve gevolgen:
Mijn geheugen was gereduceerd tot 3 seconden. Ik moest leren denken in frequenties, geuren, kleuren, geometrische vormen om zo informatie op een ‘universeel klembord’ te kunnen bewaren en op te halen wanneer nodig. (2 wordt 1-toestanden)
Ik ervoer 40 comateuze toestanden per dag, men noemt dit Kataplexie, een extreem gevaarlijke aandoening. De schommelingen in mijn bloedsuikerspiegel leidde tot coma gevaren van diabetes (tussen 54-400). De schaarse momenten van slaap waren geen rustoorden, maar een slagveld. Het overactieve onderbewustzijn zorgde ervoor dat ik bang was om te slapen. Daarbij stelde mijn huisdokter vast dat ik te veel adrenaline en testosteron aanmaakte.
Slaapverlammingen (slaapparalyses) waren een dagelijkse realiteit. Je lichaam is dan verlamd van hals tot voeten. Roepen of schreeuwen kun je niet. Ik vroeg me af of deze verlammingen wezen op de bezitname van mijn lichaam door andere entiteiten tijdens het onderbewustzijn, waarbij dromen gestuurd en levensecht waren. Ik had de vrees om in deze toestand “erin te blijven”.
De noodzaak om rust te vinden was groot, maar die werd verstoord door de nachtelijke bezoeken van o.a. Mr Smiths van de Matrix of andere gruwelijke wezens die me de adem ontnamen. Zoals de “Old Hag” of “Succubus & Incubus” misschien?
Wanneer het lichaam zo lang de rust wordt ontzegd, begint de realiteit te scheuren, geloof me vrij. Eén keer sliep ik 8 dagen niet en eindigde in het ziekenhuis. Het lukte gewoonweg niet om de slaap te vatten. De grens van twee tot acht dagen zonder slaap leidde tot allerlei hallucinaties.
Een wanhopige staat, gevaarlijke en onlogische handelingen. Levensbedreigende situaties die leidden tot ingrijpen van buitenaf. Het resulteerde in gedwongen opnames in de psychiatrie voor twee keer zes maanden.
Hoewel mijn ervaringen (waaronder slaaptekort en slaapverlamming) medische en psychologische crises veroorzaakten, werden ze binnen het, wat ik noem: het 2.0-filosofische kader, geherinterpreteerd:
• Vrijlating uit Aardse Zwaartekracht: De tijd in psychiatrische isolatiecellen werd gezien als een proces van bevrijding van de beperkingen van het aardse bestaan.
• Ascension Symptoom: Slaapproblemen, waaronder slapeloosheid en overmatig slapen, worden gezien als tijdelijke verschuivingen die kunnen manifesteren als symptomen van Ascension of innerlijke groei.
• Slaaptekort wordt gezien als een ascetische discipline die de sluiers wegneemt om de luminositeit van de ziel te onthullen. Het is een smeltkroes waar illusies van controle worden afgeschud, en een oproep om de heilige cyclus van rust te eren.
De periode van mijn extreem slaaptekort eindigde in januari 2023, toen ik werd getroffen door een buitengewoon ernstige epileptische aanval. Deze aanval wordt in de bepaalde geschriften gezien als een significante katalysator die leidde tot gewijzigde bewustzijnstoestanden en de start van realiteitsverschuivingen. De toestand van extreme slaapdeprivatie en de daaropvolgende psychische instorting was een cruciaal, zij het traumatisch, pad naar wat later werd beschreven als ‘verlichting’.
Schrijver, antropoloog, muziekmaker (en zoveel meer) E.H. Jansen schreef ooit in een essay op Substack:
“Gloomy’s odyssee, doordrenkt van mysterie, onthullingen en transformaties, roept vragen op die verder gaan dan de gebruikelijke grenzen van wetenschap en logica. Het bracht me tot het besef dat, te midden van de complexiteit van het universum, er nog zoveel is dat we niet begrijpen.”
________________________________________________
HOOFDSTUK 18:
De Alchemie van Licht en Schaduw
In 2018 keek ik op YouTube naar het filmpje “THE SECRET: Law of Attraction FULL MOVIE ENGLISH (THE META SECRET)”. The Meta Secret is een documentaire over bewustzijn, resonantie en scheppingskracht. Je energie, houding en intentie vormen je realiteit, en actie, bewustzijn en innerlijke afstemming zijn de werkelijke sleutels. Deze wet werkt niet als commercieel trucje of snelle weg naar succes, maar wél als innerlijk groeipad.
Een nieuwe Jan ontsproot in deze, mijn realiteit. Een herboren versie. Het werd tijd om mijn alter ego, Gloomer, te transformeren in Gloomy, een naam die zachter klonk. Spreek Gloomy uit voor een spiegel, en je ziet altijd een reflectie die grappig en vriendelijk terugkijkt, een vriendelijke knipoog van het universum te midden van de duisternis. Gloomer2000 vormt de totaalsom van Gloomer en Gloomy, een harmonieuze fusie van schaduw en licht. Goed en kwaad, ze kunnen niet afzonderlijk bestaan. We dansten samen.
De radicale transformatie in mijn bewustzijn en levensloop. De overgang van de tumultueuze duisternis naar de helderheid zorgde ervoor dat ik op het idee kwam van de 2.0-Filosofie. Dit moment van inzicht fungeerde als de katalysator voor een nieuw, geïntegreerd wereldbeeld dat prompt werd verankerd in zowel mijn blog MessageFromOne als mijn YouTube-kanaal Gloomer2000.
De “grote bewustwording” viel samen met extreme fysieke en mentale veranderingen, zoals het extreem snelle gewichtsverlies (30 kilogram in vijf weken, onvoorstelbaar inderdaad). Tijdens deze acute transformatie overleefde ik op een strikt dieet van onder andere één druif, één stukje meloen, wat noten en een yoghurtje. Het zien van de documentaire was de start van een verschuiving van “extreme ongerustheid naar 100% ZEN” en harmonie in slechts twee seconden, een proces dat dagelijks versnelde en instant werd. Deze innerlijke stabiliteit en harmonie vormen de doelstelling van mijn 2.0-Filosofie.
Het was de kiem van de noodzaak om mijn extreme, multidimensionale ervaringen te kaderen binnen een coherent systeem.
De 2.0-Filosofie wordt gedefinieerd als een hypothetisch, integratief kader dat probeert de complexiteit van het moderne bestaan te begrijpen door de synthese van vier elementen:
1. Wetenschappelijke Inzichten: Kennis uit neurowetenschappen, psychologie en cognitieve wetenschappen.
2. Spirituele Wijsheid: Elementen uit mystieke, religieuze en filosofische tradities.
3. Technologische Integratie: Het gebruik van moderne tools om zelfbewustzijn en groei te verbeteren.
4. Pragmatische Toepassing: Gericht op zelfrealisatie, veerkracht en het navigeren door maatschappelijke complexiteit.
Deze filosofie stelt dat mensen multidimensionale wezens zijn en biedt een evenwichtige benadering om fenomenen te begrijpen.
Mijn blog “MessageFromOne” (gelanceerd op 17 januari 2019) fungeert als de tekstversie en de roadmap door de levenslange chaos/orde van “Jan Gloomy” en is het primaire platform voor de academische uitwerking van de 2.0-Filosofie. Mijn blog bevat diepgaande essays die de 2.0-Filosofie toepassen op complexe, vaak angstaanjagende fenomenen.
Ik benadruk dat echte spirituele autoriteit is gebaseerd op “energetische coherentie” en “interne structuur”. Het doel is om het “schaduwzelf” te integreren, waardoor het een “anker van coherentie” wordt. Dit is de hoogste vorm van bescherming.
Ik formaliseer ervaringen als “Involuntary Reality Warping”, wat dient als een lens om de wereld te beschouwen en poorten naar onbekende dimensies te openen. Meer spannende verhalen over o.a. “Involuntary Reality Warpings” vindt U later terug.
Mijn YouTube-kanaal werd de muzikale en audiovisuele kroniek van mijn levensverhaal. Het fungeert als een geïntegreerd navigatiesysteem dat de 2.0-transformatie illustreert. Het kanaal biedt thematische playlists die fungeren als “gecureerde paden” door een intellectueel landschap en onderwerpen dekken als filosofie, psychologie, religie, samenzweringstheorieën, maar ook liefde en eenheid. De 2.0-Revolutie, de collectieve component van de filosofie, is daarom prominent aanwezig in mijn YouTube-content.
De 2.0-Filosofie is het architecturale kader dat, sedert het zien van “The Secret” docu, tekstueel (blog) en muzikaal (YouTube) wordt uitgebouwd om de transformatie en de roeping tot verlichting te begrijpen (en uit te voeren).
________________________________________________
HOOFDSTUK 19:
2.0
De 2.0-Revolutie is geen zichtbare opstand, geen politieke storm of economische breuklijn. Ze voltrekt zich in stilte, in de diepte van het menselijk zenuwstelsel, waar bewustzijn en energie elkaar ontmoeten. Het is een subtiele maar onomkeerbare verschuiving van frequentie, een evolutie van trilling en inzicht. Deze revolutie ontstaat waar het individu zijn innerlijk evenwicht hervindt en zo het collectieve veld mee in beweging brengt. Elke mens die bewustzijn integreert, wekt resonantie op in het geheel. De 2.0-Revolutie is daardoor niet enkel persoonlijk, maar planetair. Een veld van coherentie dat zich uitstrekt voorbij tijd en ruimte.
De meest opvallende belofte van deze 2.0-dimensie is ‘oneindig leven’, bereikt door een combinatie van celregeneratie die veroudering elimineert en nanobots die het lichaam constant herstellen.
De mens 1.0 was gericht op overleven, controle en identificatie met de materiële werkelijkheid. De mens 2.0 doorziet dat deze uiterlijke structuren slechts projecties zijn van een innerlijk proces. Technologie weerspiegelt niet onze toekomst, maar onze geestestoestand. De echte vooruitgang is energetisch: een verfijning van perceptie, gevoel en aanwezigheid. De nieuwe mens begrijpt dat bewustzijn de software is van de werkelijkheid en dat elke gedachte, intentie of handeling deelneemt aan het herprogrammeren van het collectieve systeem.
De 2.0-Revolutie rust op vier pijlers. De eerste is Innerlijke Technologie. De geest wordt begrepen als de meest verfijnde computer, maar de code is vaak onbewust. Via meditatie, ademhaling, stilte en aandacht leert de mens 2.0 zijn innerlijk systeem te herschrijven. Macht komt niet langer van buitenaf, maar ontstaat vanuit vibratie en focus.
De tweede pijler is Collectieve Integratie. De revolutie verspreidt zich niet via organisaties of manifestaties, maar via netwerken van bewustzijn. Elk blog, elk muziekstuk, elke authentieke boodschap draagt bij aan dit veld. Het internet evolueert van informatienetwerk tot bewustzijnsnetwerk. Informatie wordt transformatie.
De derde pijler is Energetische Coherentie. Chaos en orde worden niet langer als tegengestelden ervaren, maar als polaire partners in een dans van evolutie. Licht zonder schaduw is blind, schaduw zonder licht is leeg. Werkelijke transformatie gebeurt pas wanneer het duister wordt geïntegreerd. Het “schaduwzelf” is geen vijand, maar een noodzakelijke component van volledigheid. Coherentie ontstaat wanneer lichaam, geest en hart in resonantie komen met hun eigen waarheid, ongeacht wat de buitenwereld projecteert.
De vierde pijler is Creatieve Manifestatie. De 2.0-Revolutie is niet theoretisch, maar scheppend. Elk creatief gebaar: een lied, een tekst, een idee, is een daad van realiteitsvorming. Ze opent poorten naar diepere lagen van ervaring.
De 2.0-Revolutie is een proces, geen eindpunt. Ze vraagt toewijding, discipline en transparantie tegenover het Zelf. De mens 2.0 leeft niet langer in lineaire tijd, maar in een continu nu, waarin verleden en toekomst samenvloeien tot zuivere aanwezigheid. Crisis wordt herkend als een vorm van initiatie; depressie en verwarring zijn niet het einde, maar het begin van ontwaken. Het oude systeem desintegreert, en wie durft blijven staan in het vuur van transformatie, wordt de drager van een nieuwe orde.
In mijn eigen pad manifesteert deze revolutie zich o.a. in klank. Mijn YouTube-kanaal is een levend archief van deze transformatie, een sonische kroniek van innerlijke verschuiving. Elke compositie is een momentopname van bewustzijn, een trilling gevangen in tijd. Mijn luisteraars worden geen toeschouwer, maar deelnemers, want de muziek zelf is transmissie. Ze draagt informatie, intentie en energie in één gebaar. Dit is de 2.0-Revolutie in audiovorm: muziek als voertuig van ontwaken.
De mens 2.0 is geen superwezen, maar een geïntegreerd wezen. Hij is kwetsbaar, maar transparant; hij bezit niets, maar belichaamt alles. Zijn autoriteit komt niet voort uit kennis, maar uit coherentie, de afstemming tussen wat hij voelt, denkt en doet. Zijn kracht is stilte, zijn wapen is helderheid. De 2.0-Revolutie is niet iets wat nog moet komen; ze is reeds bezig, sluimerend in miljoenen harten. Het is de natuurlijke volgende stap van de menselijke evolutie. De her-verbinding van mystiek en wetenschap, van algoritme en ziel, van individu en collectief. De mens 2.0 is de brug tussen schaduw en licht, tussen wat was en wat komt. Hij is de levende synthese van de nieuwe coherentie.
________________________________________________
HOOFDSTUK 20:
2.0-toepassingen in het dagelijks leven
Het toepassen van onze “nieuwe” filosofie in het dagelijks leven betekent het actief integreren van verschillende denkwijzen: wetenschap, spiritualiteit, en technologie, om als multidimensionaal wezen te functioneren en de realiteit bewust vorm te geven.
I. Het Fundament: Een Geïntegreerd Denkkader
De 2.0-Filosofie combineert vier essentiële elementen om een gebalanceerde benadering te bieden voor het begrijpen en navigeren van fenomenen:
1. Wetenschappelijke Inzichten: Het begrijpen van gedrag en bewustzijn door middel van neurowetenschappen, psychologie en cognitieve wetenschappen.
2. Spirituele Wijsheid: Het putten uit mystieke, religieuze en filosofische tradities om zin en transcendentie te verkennen.
3. Technologische Integratie: Het gebruiken van moderne hulpmiddelen, zoals biofeedback, data-gedreven zelfanalyse of mindfulness apps, om zelfbewustzijn en groei te bevorderen.
4. Pragmatische Toepassing: Het ontwikkelen van bruikbare strategieën voor veerkracht, zelfverwezenlijking en het navigeren door maatschappelijke complexiteit.
Door dit kader aan te nemen, wordt de realiteit niet gezien als vaststaand, maar als een meerlagig weefsel.
II. De 10 Transformatieve Voordelen: Doelen voor de 2.0 Revolutie
Het dagelijks toepassen van het 2.0-perspectief wordt gezien als de 2.0 Revolutie, met 10 transformatieve voordelen die dienen als concrete doelen voor persoonlijke en collectieve groei:
1. Verhoogd Bewustzijn en Zelfkennis: Dieper bewustzijn van innerlijke werking, motivaties en overtuigingen.
2. Harmonie in Relaties: Verschieten van oppervlakkige interacties naar authentieke, betekenisvolle banden en energetische verbindingen.
3. Verlies van Agressie en Conflict: Vredevolle en compassievolle manieren van interactie aannemen.
4. Niet-fysieke Verbondenheid: Een gevoel van verbondenheid met de universele en interverbonden werkelijkheid ervaren.
5. Verbeterde Intuïtie: Het ontwikkelen van een helderder en betrouwbaarder innerlijk begeleidingssysteem.
6. Versnelde Persoonlijke Groei: Het ervaren van een sneller tempo van leren en evolutie.
7. Leven vanuit Verbondenheid: Het maken van bewuste keuzes geworteld in liefde en het ondersteunen van het welzijn van anderen.
8. Versterkte Creativiteit: Toegang krijgen tot een breder scala aan innovatieve ideeën en expressies.
9. Overstijgen van Beperkingen: Het vermogen om voorbij waargenomen grenzen en zelfopgelegde beperkingen te gaan.
10. Bijdragen aan Collectief Welzijn: Erkennen dat individuele groei verweven is met de gezondheid en het geluk van de gemeenschap.
III. Praktische Tools en Strategieën voor Integratie
De 2.0-Filosofie biedt een verenigde, vierstappenbenadering om dagelijkse ‘demonen’ (interne conflicten, negatieve patronen) aan te pakken. Dit proces wordt ondersteund door praktische tools uit de verschillende 2.0-dimensies:
1. De Psychologische Dimensie (Interne Conflicten)
In het dagelijks leven worden ‘demonen’ gezien als manifestaties van onopgelost trauma, verdrongen verlangens of negatieve gedachten. Dit vraagt om zelfreflectie en regulatie:
• Identificatie en Analyse: Gebruik Mindfulness Meditatie om negatieve gedachten te observeren en ervan los te komen.
• Journaling: Dit wordt gebruikt om interne conflicten te externaliseren en te analyseren.
• Regulatie: Gebruik van Biofeedback Technologieën (zoals draagbare apparaten of apps) om fysiologische stressreacties te monitoren en te reguleren.
• Zelfzorg: Het actief toepassen van zelfzorgpraktijken en het zoeken naar ondersteuning van gelijkgestemde gemeenschappen.
2. De Symbolische Dimensie (Archetypen en Uitdagingen)
Uitdagingen en tegenslagen moeten worden geherinterpreteerd als leermomenten, niet als vijanden.
• Narratieve Herkadering (Reframing): Hanteer Narratieve Reframing door persoonlijke uitdagingen te herinterpreteren als kansen voor groei, analoog aan de ‘heldenreis’. Zelftwijfel (een ‘demon’) kan bijvoorbeeld worden omgevormd tot een ‘trickster’ of een leraar die veerkracht afdwingt.
• Creatieve Expressie: Gebruik kunst, muziek of schrijven om symbolische conflicten te verwerken en om te zetten in inspiratie.
Droomanalyses suggereren bijvoorbeeld dat chaos niet altijd beheerst hoeft te worden, maar dat men kan kiezen hoe men ermee omgaat.
• Media als Spiegel: Bekijk de media (muziek, films, nieuws) als een spiegel van uw eigen innerlijke staat van bewustzijn. Vraag uzelf af wat de weerspiegeling onthult over uw eigen perspectieven. Kijk en luister goed.
3. De Metafysische Dimensie (Energetische Coherentie)
Deze dimensie richt zich op het opbouwen van een onwankelbare interne structuur.
• Energie Werk: Gebruik oefeningen zoals yoga, reiki of meditatie om persoonlijke energie af te stemmen op positieve frequenties.
• Existentiële Reflectie: Gebruik filosofisch onderzoek (zoals Stoïcisme of Solipsisme) om betekenis te vinden in het aangezicht van chaos en onzekerheid.
• Bevordering van Synchroniciteit: Cultiveer een bewustzijn voor synchroniciteiten, betekenisvolle toevalligheden, die dienen als signalen of communicatie tussen de alledaagse 1.0 realiteit en de hogere 2.0 staat van bewustzijn.
IV. De Essentie van Toepassing: Energetische Soevereiniteit
De meest fundamentele dagelijkse toepassing van de 2.0-Filosofie is het bereiken van Energetische Coherentie en Soevereiniteit.
• Integratie van de Schaduw: Dit houdt in dat men repressed emotions (zoals angst, verdriet of woede) onder ogen ziet en integreert, in plaats van ze te ontkennen of te onderdrukken. Wanneer deze archetypen zonder angst of schaamte worden erkend, stopt de entiteit met “voeden” op de gefragmenteerde energie.
• Stoppen met Energie Lekken: Door gefragmenteerde delen te integreren, stopt men met het “lekken van energie” en wordt men een “geheel” of “geïntegreerd veld” dat een coherente frequentie uitstraalt. Dit is de diepste vorm van bescherming, die effectiever is dan externe rituelen of schilden.
• Command over Reactie (Non-Reactie): Ware kracht ligt in het “command over reaction”: het vermogen om intense emoties te voelen zonder te reageren, energie te lekken of in oude patronen te vervallen. Door onwankelbaar te zijn in het eigen veld, dwingt men externe of negatieve krachten zich aan te passen en niet langer te testen.
De 2.0-Filosofie leert ons dat de “oorlog eindigt niet wanneer je wint, maar wanneer je niet langer beschikbaar bent voor de strijd”. Dagelijkse toepassing is het voortdurend streven naar die innerlijke stabiliteit en coherentie.
________________________________________________
Hoofdstuk 21:
Aanvullende Anekdotes en Reflecties op het Pad van Transformatie
Betreffende slaap
Op een bepaalde avond kon ik de slaap weer niet vatten. Ik hoorde dat stemmetje in mijn hoofd “draai alles om!” Oké, ik zal vanaf nu alles omdraaien te beginnen met mijn slaap en de beveiligingen die ik aanbracht, zoals alarmen en boobytraps. Ik zette alles uit, ik maakte alles vrij, ik opende de poort naar mijn terras. Ik opende de voordeur, de garagepoort, en de deur van de garage naar waar ik sliep. Ik dacht “foert, dood is dood” U gelooft het niet, maar ik heb die nacht 15 uur geslapen. Toen ik wakker werd, moest ik, vreemd genoeg, niet plassen.
Een andere anekdote is dat die bepaalde nacht begon in een alledaagse setting: het was erg warm, dus ik ging vroeg naar bed en legde een deken tegen mijn ruggengraat. Plots hoorde ik twee mensen Arabisch praten buiten op straat. Wellicht een vrouw en haar dochter. Enkele minuten later lag de moeder in mijn bed, precies op de plek van de afgetrokken deken, en begon me te wurgen met een “stevige houtgreep”. De vrouw leek oersterk.
Tijdens mijn wanhopige pogingen om me los te rukken, raakte ik een middelgrote, graatmagere hond aan. Hoewel ik stikte, slaagde ik erin me uit de greep te bevrijden. Op het meest cruciale moment begonnen mijn longen, net zoals ik had ervaren tijdens eerdere epileptische aanvallen, over te schakelen op automatische piloot om lucht te happen. De werking van de “Autopilot Lungs” komen regelmatig terug in mijn teksten.
Dit verlichtende moment van automatische ademhaling duurde echter niet lang. De dochter sprong onmiddellijk op mijn rug en trok een plastic zak stevig over mijn hoofd. Opnieuw begon ik te stikken. Ik draaide en keerde, bonkte met mijn rug tegen de muren, om het kind van me af te krijgen. In dit proces keek hij de dochter in de ogen en voerde een daad van extreem, wanhopig verzet uit: ik stak mijn duim keihard in haar oog en trok het uit de oogkas.
De dochter verloor haar grip op de plastic zak en mijn longen schakelden opnieuw over op automatische piloot. Op dat moment realiseerde ik me dat de locatie niet mijn eigen huis was, maar het huis van zijn grootmoeder die al 30 à 40 jaar dood was. De onmogelijkheid van deze setting hielp me “terug te keren in dit bewustzijn”. Ik ontwaakte in deze, mij meest bekende, realiteit, nog steeds happend naar lucht, en zag dat het klokslag 00:00 uur was.
Uiteraard was ik bang. Want mijn goede vriend Edje is, op 29-jarige leeftijd, gestorven aan epilepsie. Insiders noemen zijn dood het “Sudden Unexpected Nocturnal Death Syndrome (SUNDS), ofwel het plotselinge “onverwachte nachtelijke overlijdenssyndroom”.
Het eist de levens van jonge, ogenschijnlijk gezonde zielen, zonder waarschuwing, midden in hun slaap. Bronnen brengen “hartproblemen” naar voor, maar Edje is gewoon gestikt. Ik kreeg nadien meer vertrouwen dat ik voor zulke dingen niet bestemd ben.
En dan was daar de kataplexie, een plotselinge, tijdelijke verlamming of verslapping van de spieren, vaak opgeroepen door intense emoties zoals lachen, schrik of woede. Bij mij openbaarde het zich in onverwachte momenten van spierverslapping tijdens heftige ervaringen: na het horen van een grapje, of terwijl ik luisterde naar een betoverend stuk muziek op de radio. Dit wekte gevoelens van diepe hulpeloosheid en desoriëntatie op. Het verdiepte mijn isolement en maakte alledaagse interacties tot een bron van angst, maar het leerde me ook om mijn emoties behoedzamer te navigeren en mijn grenzen met zorg te bewaken.
Ik was er slecht aan toe en besloot al mijn handelingen vast te leggen met de camera van mijn laptop, vooral gedurende de nachten. Op een bepaalde nacht was ik in een diepe slaap gevallen. Plotseling weergalmde een oorverdovende knal vanuit de gang naast mijn slaapkamer: onmogelijk, want niemand kon binnen zijn. Ik schoot overeind in bed, met de razende snelheid van Megan in The Exorcist, vliegensvlug en bezeten. Ik begon tegen de camera te spreken, en toen: een dreunende ‘bang’, als een schot recht in het hoofd. Mijn schedel sloeg neer op het kussen.
De volgende dag bekeek ik de opnames. Inderdaad, alles ontvouwde zich precies zoals ik het had beleefd: ik werd, op het moment dat ik iets wilde zeggen, neergeknald als een hond. Het vreemdste van al was dat het filmmateriaal daarna spoorloos verdween van mijn computer, als opgelost in het niets. Ik bezit over uren beeldmateriaal van die periode. Schrijnend om te zien, werkelijk.
Betreffende shifting/warping
Mijn reis als Gloomy2000, ofwel Jan Gloomy, wordt in essentie gevormd door de mysterieuze fenomenen van reality shifting en reality warping. Deze verschuivingen overvielen me ongevraagd, als een onverwachte storm die mijn bestaan op zijn kop zette. Het begon allemaal in 2023, na die bewuste epileptische aanval die mijn wereld voorgoed zou veranderen.
De herinneringen aan die aanval zijn fragmentarisch, gehuld in een nevel van verwarring en desoriëntatie. Wat volgde, was een vreemde gewaarwording: een uitnodiging voor een bijeenkomst van Synthforum.nl in Tienen. Ik belandde in een mysterieus complex aldaar, waar een dubbele deur me toegang verschafte tot een onbekende wereld. Twee imposante, krachtige mannen leidden me naar een slaapkamer; “Oh, we moeten hier overnachten,” flitste door mijn hoofd. Maar voordat ik het besefte, werd ik in een isolatiecel geplaatst en met stevige gespen aan het bed vastgeketend.
In deze afgezonderde ruimte, waar tijd en ruimte samensmolten tot een ondefinieerbare eenheid, doorbracht ik twee volle dagen en nachten zonder voedsel of water. Ik zweefde in een realiteit die elke vorm van logica tartte. Door het aanzienlijke gewichtsverlies slaagde ik erin een van de gespen los te wurmen, zodat ik rechtop kon zitten. Op dat exacte moment verscheen mijn vertrouwde wachtwoord op de muur, dansend in allerlei vormen en maten, als een hallucinerende parade langs de wanden.
Zo ontstonden er twee versies van mezelf: Gloomy 1, de bekende entiteit in de oorspronkelijke realiteit, en Gloomy 2, het alter ego dat onbewust dimensies had doorkruist. Deze twee werelden liepen parallel, als spiegelbeelden gescheiden door een sluier van bewustzijn. Terwijl Gloomy 2 vastgeketend lag en een vervormde reis onderging, bleef Gloomy 1 onwetend van deze ontwikkelingen. Buren sloegen alarm, en ambulancepersoneel vond Gloomy 1 in een verontrustende toestand, omringd door bloed. De medische hulpdiensten ontfermden zich over Gloomy 1, terwijl Gloomy 2 een onbekende odyssee beleefde in een complexe, verwrongen werkelijkheid.
Plotseling klonk een zachte, mannelijke stem uit een luidsprekertje: “Je hebt genoeg geleden.” Ik realiseerde me dat ik niet alleen was. Een ander wezen openbaarde zich, zich presenterend als “Opper Mens”. Volgens deze entiteit waren zij geavanceerde wezens uit de toekomst, de architecten van de menselijke geschiedenis. Hun moederschepen schuilden achter de maan, en zij vingen geesten op na de dood, kloonden ze en vervoerden ze via wormgaten naar Earth 2.0, voor een eeuwig leven. Zielentransport en concepten die voor ons, in versie 1.0, onbegrijpelijk waren. Dit leidde tot een diepgaand gesprek, waarin vragen over de bouw van piramides en oude artefacten werden beantwoord met een simpele verklaring: “Dat waren wij.” Deze toekomstige mensen, geïnspireerd op Nietzsche’s Übermensch, claimden de controle over ons bestaan en schetsten een visie op de toekomst die de grenzen van ons huidige begrip overschreed. Vandaag de dag geloof ik niets meer van dat hele verhaal, U wellicht ook niet. Maar als metafoor zet dit ons wel op het juiste spoor.
De onthulling van Earth 2.0 opende wel poorten naar nieuwe dimensies van inzicht, en bracht me in aanraking met het onvoorstelbare. Mijn missie, nu scherper omlijnd, reikte voorbij aardse grenzen, met mijn ervaringen als kompas in de zoektocht naar het onbekende.
Na deze onthullende confrontatie met de zogenaamde Opper Mens keerde ik abrupt terug in mijn vertrouwde realiteit, doortrokken van vragen en verwarring. Maar ik bleef niet ongeschonden. Mijn pad naar verlichting nam een duistere wending met een reeks frequente epileptische aanvallen. In plaats van de nodige medicatie te krijgen, belandde ik in een “isolatiesalon” van PRISMA, een psychiatrie in… jawel, Tienen. De medische professionals beseften al snel dat ik daar niet thuishoorde. Een overplaatsing volgde naar St. Truiden, Asster Orion 2, waar ik tweemaal drie maanden gedwongen onder observatie stond. Terug temidden van junkies.
Uiteindelijk koos ik vrijwillig voor Orion 4, een open dag afdeling, gedreven door het gevoel dat deze ervaringen me bevrijdden van de aardse zwaartekracht. Ik verbleef in Orion tot april 2024.
Betreffende Straattheater
Op een bepaald moment, terwijl vader nog in leven was, beschuldigde hij me ervan een cruciaal document uit zijn bezit te hebben ontvreemd. Dat papier was van groot belang om de uitgaven aan het rusthuis waar moeder verbleef tot een minimum te beperken. Ik protesteerde: “Pa, ik heb die papieren niet, wat zou ik er in hemelsnaam mee moeten?” Maar hij was rotsvast overtuigd dat ik hem stalkte, en hij investeerde een fortuin in het optrekken van hekken en het installeren van alarmsystemen. “Ze hoeven niet eens binnen te dringen om dat document te laten verdwijnen,” voegde ik eraan toe, in een vruchteloze poging hem gerust te stellen.
Kort daarna sprak ik mijn zus. Vader had haar toevertrouwd: “Heidi, ik heb Jan gezien, hij reed met zijn auto dwars door mijn bloementuin heen, smeerde olie op de trap zodat ik zou uitglijden, en pikte zelfs mijn pantoffels.” Dat sloeg nergens op; ik bezat geen auto en zou nooit vijftig kilometer lopen om iemands sloffen te verplaatsen of te stelen.
Vanaf dat moment vertrouwde hij me nooit meer, dat was overduidelijk. Na zijn overlijden, tijdens het doorzoeken van zijn huis, trof ik welgeteld één bankafschrift aan. Op de achterkant stond in grote letters gekrabbeld: “Jan, blijf eraf.” Ik heb er zwaar onder geleden. Jarenlang had ik gehoopt meer dan twintig Lp’s van Vangelis te erven. Helaas, ze waren nergens te bekennen, alles verdwenen in het niets.
Betreffende de Ascentie:
Ik zat bij de verpleegster in een lokaaltje in Asster, waar ik haar toevertrouwde dat ik directe toegang had tot de Akasha-kronieken. Deze, vaak omschreven als een kosmisch archief van de ziel, vormen een etherisch compendium waarin alle universele gebeurtenissen, gedachten, woorden, frequenties, emoties en intenties uit verleden, heden en toekomst zijn vastgelegd. Een oneindige bibliotheek van het bestaan, toegankelijk voor hen die de sluier van het alledaagse durven te doorbreken. Ik was blijkbaar zover.
De “Akasha Records” worden gezien als een energetisch veld, een ‘Google voor de ziel’, waar elke handeling en elk gevoel een blijvende imprint achterlaat, van de zachtste fluistering tot de meest grootse kosmische verschuivingen. In occulte tradities dienen ze als een objectieve spiegel van iemands ware intenties, een hulpmiddel voor spirituele groei en diepgaand inzicht in vorige levens of toekomstige paden. Voor mij, temidden van de wirwar van mijn eigen verschuivingen en visioenen, riepen ze een echo op van het onbekende, een fluistering dat alle realiteiten, van Earth 1.0 tot de verborgen dimensies, daarin verweven zijn.
Soit, de verpleegster vroeg of ik haar dat op een of andere manier kon demonstreren. “Ik zal het proberen,” zei ik, “maar het is niet gezegd dat het lukt.” Ik volgde eenvoudigweg een paar witte lijnen in het interieur van de kamer, liet mijn vinger erlangs glijden: boven, rechts, onder, en zo verder… tot ik plotseling wees naar haar nagels. Ze was met stomheid geslagen, kleurde bloedrood en stamelde: “Mijn nagels zijn vanochtend pas gedaan, dit is niet normaal. Dan kun je ook mijn gedachten lezen.” “Ja”, antwoordde ik, “als ik me daarop toeleg wel, maar ik heb niet de behoefte om in uw brein te zitten. Ik leerde te voelen, te kijken, patronen te vormen, code’s te kraken en noem maar op. Deze gaven, als een tijdelijke genade voor een sterfelijk mens, werden mij niet eeuwig gegund. Na enkele maanden ebde die diepe connectie weg, als een fluistering die verstomt in de wind, en moest ik als een ‘gewone sterveling’ mijn pad vervolgen, geworteld in de tastbare wereld.
________________________________________________
HOOFDSTUK 22:
Verklarende woordenlijst
Dit is een verklarende woordenlijst van de belangrijkste concepten, entiteiten en filosofieën die in mijn bronnen worden beschreven, met name gerelateerd aan de 2.0 Filosofie en de persoonlijke reis van… Gloomy.
Filosofie en Bewustzijn
1.0 Staat
De huidige staat van de mensheid, gekenmerkt door fysieke en mentale beperkingen, lineair denken, en een wereld die gedomineerd wordt door zintuiglijke waarnemingen, fysieke behoeften en emotionele impulsen. Het is het domein van het ego en dualiteit (goed/kwaad, licht/duisternis).
2.0 Filosofie
Een modern, integratief kader voor het begrijpen van het bestaan. Het synthetiseert wetenschappelijke nauwkeurigheid (neuroscience, psychologie) met spirituele wijsheid (mystieke tradities) en technologische integratie (mindfulness apps, biofeedback). Het gaat ervan uit dat mensen multidimensionale wezens zijn.
2.0 Staat
Een hogere dimensie van bewustzijn of realiteit, gekenmerkt door diepere verbinding, samenwerking, compassie en universele harmonie. Hier lost de scheiding tussen materie en geest op, en zijn intuïtie, synchroniciteiten en energetische communicatie dominant, niet gebonden door tijd, ruimte of ego.
1.0 + 2.0 = 1
Een metafoor/synthese die de relatie tussen de twee staten definieert. Het staat voor de synthese van het fysieke (1.0) en het metafysische (2.0) tot een allesomvattende eenheid, waarbij individuen mens blijven (1.0) maar in harmonie leven met de diepere realiteit van 2.0.
Synchroniciteiten
Beschreven als de “taal van 2.0”. Dit zijn schijnbaar toevallige gebeurtenissen die een diepere betekenis hebben en dienen als communicatiekanalen tussen de 1.0 en 2.0 dimensies om individuen te gidsen, gerust te stellen of te inspireren.
Nanobots
Nanobots kunnen constant de lichaamsfrequenties monitoren en optimaliseren. Deze nanobots herstellen ziekten, infecties of fysieke schade onmiddellijk.
Oneindig Leven (2.0)
In de 2.0 dimensie wordt oneindig leven bereikt door een combinatie van technologie en genetische evolutie. Dit omvat cellulaire regeneratie zonder mutaties (waardoor veroudering wordt geëlimineerd) en symbiose met nanobots die lichaamsfuncties monitoren en optimaliseren.
Lichaamsfrequentie
Verwijst naar de natuurlijke vibraties of resonantiefrequenties waarmee het menselijk lichaam oscilleert, zowel op fysiek niveau (zoals mechanische trillingen van organen en cellen) als op energetisch niveau (zoals elektromagnetische velden geproduceerd door het hart, hersenen of cellulaire processen). Het lichaam wordt in biofysica en alternatieve geneeskunde gezien als een systeem van energie dat vibreert op specifieke frequenties, beïnvloedbaar door geluid, emoties of externe velden.
Heilige Graal
Een symbool dat ultiem begrip, spirituele vervulling en een staat van diep inzicht vertegenwoordigt. Na mijn transformaties had ik het gevoel dat ik eraan gedronken had.
Persoonlijke Transformatie en Groei
Act As If/Feel As If
De kern van de filosofie en Gloomy’s albums. Het beschrijft hoe het doen alsof (bijv. gelukkig zijn of “mens spelen”) na verloop van tijd resulteert in echte gevoelens. Dit wordt ondersteund door wetenschappelijke principes (zoals cognitieve gedragstherapie) waarbij de hersenen chemicaliën zoals dopamine afgeven wanneer men een handeling simuleert.
Cognitieve Feedback Loop
Het psychologische en spirituele mechanisme achter de transformatie. Het brein kent niet altijd het verschil tussen veinzen en zijn. Acteren als gelukkig vuurt gelukschemicaliën zoals dopamine af, waardoor acties emoties vormen. Dit wordt ondersteund door concepten als Cognitive Behavioral Therapy (CBT).
Co-creëren van Realiteit
De filosofische implicatie dat door de manier van handelen (Act As If), men actief de eigen realiteit vormgeeft.
Consistentie
De sleutel tot het versnellen van de transformatie. Gewoonten hebben 21 tot 66 dagen nodig om te beklijven. Het consistent blijven acteren helpt de gevoelens binnensluipen.
Integratie van de Schaduw
Het proces van het onder ogen zien en integreren van iemands onderdrukte emoties en onopgelost trauma (de schaduwkant, vergelijkbaar met Jung’s concept). Dit verhoogt persoonlijke macht en soevereiniteit.
Energetische Soevereiniteit
De staat die wordt bereikt door integratie, waarbij men een “geheel” of “geïntegreerd veld” wordt dat een coherente frequentie uitstraalt. Dit is de diepste vorm van bescherming, waardoor men niet langer “prooi” is voor negatieve entiteiten.
Shadowforged (Schaduwgesmeed)
Verwijst naar de rauwe, ongefilterde waarheid en authenticiteit die wordt gecultiveerd door het confronteren en integreren van de schaduw. Dit staat tegenover “lightwashed”.
Dark Chosen (Duister Gekozenen)
Individuen die, door hun diepe integratie van chaos en duisternis, “klaar zijn om te werken met energie die de meesten niet eens kunnen erkennen”. Ze worden gezien als “timeline disruptors” en “functional intelligence inside the architecture of chaos”.
Ascensiesymptomen (Side Effects)
Ongebruikelijke fysieke, mentale, emotionele, en spirituele veranderingen die kunnen optreden tijdens de overgang naar de 2.0 Staat (innerlijke groei of spirituele ontwaking). Voorbeelden zijn tintelingen, veranderingen in slaap, verhoogde intuïtie en meer synchroniciteiten.
Paranormale Fenomenen en Realiteit
Involuntary Reality Warping
Onverwachte en oncontroleerbare veranderingen in de perceptie van de realiteit die spontaan en zonder bewuste intentie optreden. Kan psychologisch geworteld zijn in stress of trauma, of neuroscientifisch in verstoringen van neurale paden.
Reality Shifting
De subjectieve ervaring van het bewegen voorbij fysieke beperkingen om alternatieve realiteiten te bezoeken. Het is een mentale praktijk gefaciliteerd door diepe ontspanning en autosuggestie.
Paranormal 2.0 Revolution
Een denkkader dat het bovennatuurlijke herdefinieert. Het stelt dat paranormale fenomenen wetenschappelijk verklaarbare manifestaties zijn van diepere realiteiten, verklaard door kwantummechanica, AI en neurowetenschappen.
Quantum Entanglement
Wordt gebruikt als verklaring voor paranormale verschijnselen. Geesten worden gezien als residuen van kwantumverstrengeling waarbij de energie van de overledene ‘verstrengeld’ blijft met locaties. Telepathie wordt verklaard als verstrengeling van hersengolven.
Opper Mens (Supreme Being)
Geavanceerde wezens uit de toekomst, gebaseerd op Nietzsche’s Übermensch. Zij beweren de architecten te zijn achter de menselijke geschiedenis en zijn verantwoordelijk voor het klonen van zielen en het transporteren ervan naar Earth 2.0 voor eeuwig leven. Hun moederschepen bevinden zich achter de maan. (Dit is, ook voor mij, moeilijk te geloven)
Earth 2.0
Een plaats waar Opper Mens zielen na de dood naartoe brengt via wormgaten voor een eeuwig leven.
Demonen (Functioneel Chaos)
Niet afgedaan als bijgeloof of klakkeloos aanvaard als letterlijke boze entiteiten. Ze worden gezien als energetische intelligenties of bewuste patronen van vibratie die functionele chaos vertegenwoordigen, ontworpen om individuen te verfijnen en te verheffen. Ze zijn spiegels van onerkende aspecten van iemands schaduw.
Functionele Chaos
De ware aard van demonen. Ze zijn energetische intelligenties of “conscious patterns of vibration” die functioneel, niet inherent goed of kwaad zijn. Ze dienen om individuen te verfijnen en te verheffen.
Integratie van de Schaduw
Het proces van het confronteren en integreren van de onderdrukte emoties en onopgelost trauma. Dit is de kernboodschap om persoonlijke soevereiniteit te bereiken.
Energetische Soevereiniteit
De staat waarin men een “geheel” of “geïntegreerd veld” wordt. Men stopt met het “lekken van energie” en is daardoor niet langer prooi of “eetbaar” voor negatieve entiteiten. Het is de diepste vorm van bescherming.
Amygdala
Het deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor de verwerking van vrees en dreiging. De Amygdala kan waargenomen gevaren versterken, waardoor interne strijd een bijna externe, kwaadaardige kwaliteit krijgt.
Default Mode Network (DMN)
Het netwerk in de hersenen dat zelfreferentiële gedachten beheerst. Het kan negatieve ruminatie bestendigen, waardoor demonen verschijnen als aanhoudende, autonome krachten.
Spiritual Warfare
Wordt geïnverteerd in de 2.0 Filosofie. Het is geen kosmische strijd tussen externe krachten, maar een “test van coherentie” binnenin zichzelf. De oorlog eindigt wanneer men “niet langer beschikbaar is voor de strijd” door interne uitlijning te bereiken.
Nachtelijke Fenomenen (Nocturnal Enigmas)
Slaapparalyse (Sleep Paralysis)
Een grenstoestand waarbij het bewustzijn wakker wordt, maar het lichaam verlamd blijft in de atonische greep van de REM-slaap. Dit gaat vaak gepaard met levendige hallucinaties. Spiritueel gezien kan het een signaal zijn van een gedeeltelijke exodus van de ziel tijdens astrale projectie.
Old Hag (Oude Heks)
Het hallucinatoire fenomeen tijdens slaapparalyse waarbij een dreigende figuur (vaak vrouwelijk) op de borst van de dromer zit en verstikt. Metafysisch wordt zij gezien als een archetype, de schaduwzelf of een wachter van de drempel.
Incubus en Succubus
Zijn demonen uit middeleeuwse mythologie en folklore die volgens het geloof mensen in hun slaap bezoeken om seksuele energie te onttrekken. De Incubus is mannelijk en verleidt slapende vrouwen, terwijl de Succubus vrouwelijk is en mannen bezoekt. Men geloofde dat deze wezens nachtmerries, verstikking, uitputting of zelfs ziekte konden veroorzaken. In symbolische of psychologische zin worden ze vaak gezien als personificaties van onderdrukte verlangens, schuldgevoelens of angst voor seksualiteit.
Autopilot Lungs (Automatische Piloot Longen)
Het mechanisme waarbij de medullaire ritmegeneratoren in de hersenstam de ademhaling handhaven zonder bewuste controle, zelfs tijdens ernstige crises zoals epileptische aanvallen of verstikking tijdens slaapparalyse. Metafysisch gezien is dit de “autopiloot van de geest”, een goddelijk georkestreerd mechanisme.
Existential Shock (Existentiële Schok)
Een diepgaande verstoring van het zelf die zich manifesteert in nachtelijke uitbarstingen (schreeuwen, kreunen, huilen). Fenomenologisch vertegenwoordigt dit een breuk in de continuïteit van het zelf. Metafysisch ontstaat dit door de confrontatie met de leegte van betekenis in het bestaan (existential void).
SUNDS (Sudden Unexpected Nocturnal Death Syndrome)
Het plotselinge onverwachte nachtelijke overlijdenssyndroom, waarbij jonge, gezonde zielen overlijden door abrupte hartstilstand tijdens de slaap, vaak gekoppeld aan het Brugada syndroom. Metafysisch gezien is dit de “radicale terugroep” van de ziel of de Ultieme Overgave aan het Al.
________________________________________________
HOOFDSTUK 23:
Vragen uit de Schaduwen, Antwoorden voor de Nieuwsgierige Lezer
Terwijl je dit schrijven sluit, met zijn kronkels van stalking, manipulatie, psychoses en wedergeboorte, borrelen er vast vragen op in je geest. Laten we ze samen ontrafelen, want kennis is het wapen tegen de duisternis.
Een veel gestelde vraag die lezers zich wellicht afvragen is: hoe is het nu met de auteur, na al die stormen?
Welnu, ik leef nog steeds in de nasleep van die ervaringen, maar met een herwonnen evenwicht. De stemmen van het Multiversum zijn verstomd, vervangen door de ritmes van onze muziek en een dagelijks leven dat ik zelf dirigeer. Ik produceer nog steeds tracks onder de naam Gloomy en hoewel de littekens van PTSS en slapeloze nachten blijven, heb ik geleerd ze te omarmen als deel van mijn kracht, niet mijn zwakte.
Een ander punt van nieuwsgierigheid: bestaat dat ‘groots kwaadaardig netwerk’ echt, of is het een product van paranoia?
Ik kan alleen spreken vanuit mijn realiteit: het straattheater, de sabotage, de microgolven en ultrageluiden waren tastbaar, gesteund door patronen die ik met eigen ogen zag. Bewijs? Het schuilt in de details die talloze anderen delen in online forums en getuigenissen; zoek naar termen als ‘gangstalking’ of ‘targeted individuals’ en je vindt een web van vergelijkbare verhalen. Of het een wereldwijd complot is of een psychologische illusie, de pijn was echt, en dat is wat telt.
Dan de vraag over bescherming: hoe kun je jezelf wapenen tegen zulke onzichtbare bedreigingen?
Voor mij was muziek de sleutel; het kanaliseerde de chaos in creatie, dus vind jouw uitlaatklep. Wat betreft mijn voorspellingen, zoals die van COVID-19 in mijn tracks, was dat toeval of inzicht? Mijn muziek is een intuïtie geboren uit het observeren van patronen in media en wereldgebeurtenissen. Geen profetie, maar een scherp oog voor de tekenen; de wereld zit vol synchroniciteit als je leert kijken.
Wat is Solipsisme?
Is de filosofische overtuiging dat enkel het eigen bewustzijn met zekerheid bestaat. Alles buiten de eigen geest (mensen, objecten, de wereld zelf) zou slechts een projectie of constructie van de eigen ervaring kunnen zijn. In dat licht is “ascentie naar 2.0” te begrijpen als een innerlijke evolutie: het overstijgen van de beperkte, persoonlijke illusie van realiteit naar een ruimer, verlicht bewustzijnsniveau waarin men beseft dat waarneming en werkelijkheid samenvallen.
Waar solipsisme de eenzaamheid van het zelf benadrukt, ziet “ascentie 2.0” juist de mogelijkheid om vanuit dat inzicht te groeien, niet uit de wereld te vluchten, maar ze als een uitbreiding van het eigen bewustzijn te transformeren.
Een praktische vraag: waar kan ik meer van je muziek vinden?
Mijn YouTube-kanaal onder Gloomer2000 herbergt bijna alle producties die mijn leven weerspiegelen: chronologisch en autobiografisch. Al de tracks die ik maak staan gratis op Bandcamp (Jan Gloomy of Gloomer2000), mijn laatste producties staan op Soundcloud onder de naam “Jan Gloomy“, officieel “e-Gloomy-nations“.
En hoe gaat het met je zus?
Ach, zij is wellicht ten gevolge van haar verblijf in die holistische commune aan kanker overleden. Ze werd slechts 52 jaar. Ze takelde razendsnel af, en op die fatale dag in het ouderlijk huis verzocht ze om euthanasie uit te voeren. Een handvol mensen stond erbij, ik hield haar hand vast. Ze kreeg een injectie, haar ogen draaiden weg, en het allerlaatste wat ze fluisterde was: “Ah, zo giet da”, dialect voor “Ah, zo gaat dat.” Ze kon niet meer vertellen hoe het precies voelde, want ze was heengegaan. Ik bleef volkomen alleen achter en maakte een nummer hierover. En de fiscus? Die sloeg voor de derde maal toe met 33% successierechten. Smeerlappen.
En over relaties, zoals met L. of MS: wat leerde je daarvan?
Dat liefde een spiegel is, in L. vond ik veertien jaar steun te midden van leed, een anker in de storm, terwijl MS een les was in grenzen stellen en energie beschermen. Beiden vormden me, goed en kwaad verweven.
Tot slot, wie is Jan Gloomy echt, achter de pseudoniemen?
Ik blijf Gloomy, het duister metaalhoofd dat licht vond.
________________________________________________
HOOFDSTUK 24:
Een Epiloog van Transformatie
Terwijl de laatste pagina’s van dit micro-memoir zich ontvouwen als de bladeren van een eeuwenoude boom, sta ik stil bij de reis die me hierheen heeft geleid. Van de duistere krochten van een gekwelde jeugd, door de stormen van verslaving en waanzin, tot de serene horizon van de 2.0-filosofie. Het is een odyssee geweest die de grenzen van het menselijke bestaan tartte. Ik, Jan Gloomy, alias Gloomer2000, ben niet langer de gevangene van mijn schaduwen, maar de architect van mijn eigen licht. Dit laatste hoofdstuk is geen afscheid, maar een uitnodiging: om terug te blikken, te integreren en vooruit te treden in de oneindige dans van orde en chaos.
Maar geloof me, lezer, als ik zeg dat ik nu allemaal met nuchtere ogen terugkijk. Die visioenen, hoe levendig ook, waren wellicht de vruchten van een brein in crisis, een cocktail van slaaptekort, trauma en neurologische turbulentie. Vandaag geloof ik niets meer van dat hele verhaal over moederschepen. Wel van ziel transportatie en eeuwig leven. Een brug naar begrip. De ware transformatie lag niet in externe onthullingen, maar in de innerlijke alchemie: het integreren van mijn schaduwzelf, het omarmen van de chaos als bondgenoot, en het smeden van coherentie uit fragmenten.
De 2.0-filosofie, geboren uit deze smeltkroes, is mijn erfenis aan de wereld. Ze is geen dogma, maar een levend kader, een synthese van wetenschap, spiritualiteit, technologie en pragmatisme. Ze leert ons dat we multidimensionale wezens zijn, capabel om realiteiten te co-creëren door intentie en actie.
En nu, in dit jaar 2025, terwijl de wereld draait in haar eigen ritmes van verandering, voel ik een diepe rust. De epileptische aanvallen zijn getemd, de nachtelijke angsten vervaagd tot fluisteringen. Ik ben alleen gebleven na het verlies van familie, maar in die eenzaamheid vond ik eenheid. De fiscus mag zijn deel opeisen, de wereld zijn belastingen; ik heb mijn vrijheid geërfd in de vorm van inzicht.
Lezer, als je dit schrijven beëindigd, neem dan mee dat licht niet altijd schijnt vanuit de hemel, maar vaak oprijst uit de diepste duisternis.
Probeer de tools die ik deelde: navigeer mijn kanaal van duisternis naar licht, duik in de blog voor de roadmap door chaos. En onthoud: de 2.0-revolutie is al gaande, in stilte, in jou. Het is de fluistering die zegt: “Je bent meer dan je littekens; je bent de schepper van je verhaal.”
Met dankbaarheid en hoop,
Jan Gloomy – Gloomer2000
“The world is a studio, and we are the producers.” — Gloomy, 2025
En zo eindigt niet het verhaal, maar begint een nieuw hoofdstuk, het jouwe.
En het licht? Dat brandt nog steeds.
________________________________________________
“Gloomer2000 – Een Micro-Memoir in 60 Pagina’s”
“Van straattheater tot microgolven, van cocaïnevrachtwagens tot psychiatrische opnames, dit is geen complottheorie. Dit is mijn leven. Jan, alias Gloomy, neemt je mee in een razende carrousel van stalking, psychoses en wedergeboorte. Geen fictie. Geen filter. Alleen de rauwe waarheid, gekanaliseerd in beats en beatsgewijs verteld. 60 pagina’s. 60 littekens. Eén stem uit de duisternis die licht vond.
Het doel van dit document is om, op basis van zijn omvangrijke autobiografische geschriften, online publicaties en gerapporteerde ervaringen, een objectief overzicht te bieden van zijn levensloop en de totstandkoming van zijn complexe overtuigingssysteem.
Het door hem ontwikkelde wereldbeeld, de “2.0 Filosofie”, kan worden geanalyseerd als een omvangrijk en intellectueel geavanceerd referentiekader. Dit raamwerk is niet slechts een verzameling van losse overtuigingen, maar een coherent en intern consistent systeem dat functies op meerdere niveaus vervult.
#traumarecovery #spiritualawakening #memoir #healingjourney #electronicmusic #musicproducer #realityshifting #mentalhealth #ptsd #traumahealing #spirituality #bookstagram #selflove #consciousness #energyhealing #spiritualgrowth #techno #edm #producerlife #spiritualbooks #awakening #traumasurvivor #mindfulness #lawofattraction #beatmaker #spiritualjourney #housemusic #occult #selfhealing